donderdag 29 november 2007

Virale marketing draait op primaire emoties

Een succesvolle virale campagne roept een emotionele reactie op. Dat zeggen vijf onderzoekers van verschillende universiteiten, die de werking van dit soort marketing bekeken. Zes primaire emoties kunnen aan de orde zijn: verrassing, plezier, verdriet, woede, angst en afschuw.

Verrassing
Verrassing is altijd een doorslaggevende factor: zonder verrassingseffect werkt geen enkele virale boodschap. Plezier is heel geschikt bij grappige of ‘ondeugende’ producten en merken. Een verdrietige boodschap werkt goed bij sociale marketing die vraagt om een directe respons (bijvoorbeeld bij rampen).

Negatieve emoties
Die directe respons is ook bepalend voor virale marketing waarbij woede wordt opgeroepen, doordat er onrecht in het spel is. Ook de emotie angst kan in virale marketing heel behoedzaam worden gebruikt, zij het alleen in combinatie met een mogelijke oplossing of informatie die de angst weer wegneemt. Voor afschuw ten slotte zijn eigenlijk alleen jonge mannen te porren; die emotie kan bijvoorbeeld worden gebruikt in een campagne voor rebelse merken.

maandag 12 november 2007

Microsoft lanceert de Wow Factory

De Belgische vestiging van Microsoft heeft een grootscheepse campagne opgezet waarmee het in Web 2.0 filosofie de doelgroep laat participeren. De Wow Factory, zoals de actie heet, is een online ontmoetingsplek waar surfers tips kunnen raadplegen om nuttige, fijne, leuke of interessante dingen te doen met hun computer en de software die daarop staat.

De tips zijn gerangschikt in 5 thema’s: werk & school, thuis, ontspanning & hobby, feest & verrassingen en herinneringen.In 2.0-stijl kunnen de surfers daarbij hun eigen recepten creëren en opladen. De populairste uploads maken ook kans op een prijs.
De actie zet de mogelijkheden van diverse Microsoft-producten en diensten (Vista, Office, Live,…) in de kijker zonder dat die centraal worden gezet in de communicatie. Dingen doen eerder dan communicatie ondergaan dus, een verfrissende en gedurfde aanpak voor een klassiek productgeörienteerd bedrijf als Microsoft.

Het totaalconcept is van de hand van These Days dat ook tekende voor de begeleidende campagne en een opmerkelijk offline luik: naast de Wow Factory website komt er namelijk ook een ‘echte’ Wow Factory conceptstore.

Mobile marketing: harde cijfers

In België werd recent de tweede fase van de Belgian Mobile Mapping (BMM) afgewerkt door InSites in samenwerking met het IAB. Een greep uit enkele in het oog springende gegevens :

  • 94% van SMS of MMS mailings naar geselecteerde opt-in lijsten in Frankrijk wordt daadwerkelijk geopend én gelezen
  • 90% van de Belgen ouder dan 15 jaar beschikt over een GSM
  • 81% van de Europese mobiele gebruikers verstuurt regelmatig SMS berichten; 33% doet dit dagelijks
  • 75% van de Europese mobiele gebruikers heeft in juli 2007 een publicitaire SMS ontvangen, voor het merendeel (73%) afkomstig van hun mobiele operator
  • 62% van de jongeren (12 tot 24 jaar) in Frankrijk heeft content op zijn mobiel gedownload; over alle leeftijdsgroepen is dit gemiddeld 41%
  • 51% van de Italiaanse mobiele gebruikers neemt foto’s met zijn mobiele telefoon, en 31% gaat die ook delen met kennissen via mobiele netwerken
  • 50% van de wereldbevolking zal tegen het einde van 2007 beschikken over een mobilofoon (3,35 miljard mensen)
  • 49% van de Franse mobinauten consulteert het weerbericht op het mobiel internet
  • 40% van de Belgen heeft via zijn mobilofoon al eens gereageerd op een advertentie
  • 36% van alle Belgische GSM toestellen werd de laatste 12 maanden aangekocht
  • 30% van de 50 top Europese merken hebben reeds een eerste ervaring opgedaan met mobiele marketing
  • 30% van de mobiele advertentiecampagnes uitgevoerd door Top Europese merken genereren conversieratio’s van meer dan 5%
  • 30% van de Belgische gebruikers is eerder kritisch ten opzichte van het intrusieve karakter van de mobiele telefoon
  • 19% van de Britse internauten ouder dan 15 hebben in januari 2007 een connectie naar het internet via hun mobiel toestel gedaan (5,7 miljoen personen)
  • 10% van de Spaanse mobiele gebruikers heeft zich al geabonneerd op een RingBack toon

De cijfers spreken voor zichzelf. Iedereen beschikt nu over een mobiele telefoon. Door het sterk stijgend gebruik van messaging, mobiel internet en content download diensten groeit het mobiele medium stilaan uit tot een volwaardig massa medium, en zeker binnen bepaalde leeftijdsgroepen is de mobilofoon een onmisbaar instrument.

In sommige landen wordt het mobiele medium nu mee opgenomen in de metingen van het bereik van klassieke massa media. Misschien kan dit een inspiratie vormen voor het CIM om mobiel ook meer uitgebreid in de kijker te plaatsen in de volgende Plurimedia studie?

dinsdag 6 november 2007

Trends in retail

Wat zijn de meest opvallende trends in retail?
De winkellevensduur verkort en de frequentie van de remodelings verhoogt door de toenemende vraag naar ‘experience’. Retailers kunnen hierop inspelen met een modulaire en flexibele winkelinrichting.

Er zijn meer monomerkenwinkels. De multimerkenwinkels staan namelijk steeds meer onder druk. Merkfabrikanten verliezen hierdoor aan distributie. Bovendien verwatert het winkelbeeld en de merkbeleving, terwijl de consument net vraagt om meer beleving. Daarom openen Nike, Mobistar of Xandres monomerkenwinkels. Ze doen aan brandscaping. De inrichting is volledig afgestemd op het merk. In de Lego brand stores is de winkel zelf een legoblok geworden.

Hoe is het gesteld met de concept stores? Formules zoals Oil & Vinegar of Nature & Discoveries zitten wel dicht tegen de tijdsgeest maar botsen vaak tegen de grenzen van vernieuwing. Zo’n formule wordt dan voorspelbaar.

Multiformat gaat om de zoektocht naar klantenaandeel en groei. De winkel moet naar de klant. Kijk naar Standaard Boekhandel. Zij zoeken naar andere locaties, baanwinkels of shop-in-shopformules bij retailpartners zoals Fun en in de reisbureaus.

Tenslotte is er de e-tailing, een echte ‘disruptive technology’. Voor de consument lopen de online en offline kanalen steeds meer door elkaar. Dergelijke multichanneling op orde krijgen is een grote uitdaging voor de retailers.

Tien procent meer Belgische gezinnen online

Uit cijfers van de Federale Overheidsdienst Economie blijkt dat het internetgebruik in de Belgische huishoudens met maar liefst tien procent is gestegen. Zo beschikt zestig procent van alle gezinnen over een internetverbinding. Ook het aantal gezinnen met een computer nam in 2006 toe tot bijna zeventig procent. De stijging is het sterkst bij eenoudergezinnen.

De resultaten komen uit een grootschalige enquête onder ruim tienduizend landgenoten. Er werd onder meer gekeken naar de nood aan een internetaansluiting. Zo verklaart een vijfde van de gezinnen geen internet te willen. Wat opvalt is dat de financiële drempel er ondanks overheidsinitiatieven uit het verleden nog steeds is. Driekwart van de gezinnen zonder toegang tot het web geeft aan dat de kost of het ontbreken van internetvaardigheden hen tegenhoudt om op internet te gaan.

De overheid peilde ook de populariteit van online activiteiten. Zo blijven mailen en chatten zowel bij mannen als vrouwen veruit de populairste activiteiten. E-government moet zich met minder aanhang tevreden stellen; slechts 22 procent van de Belgen heeft er al eens gebruik van gemaakt. De kans dat de overheid iedereen naar het virtueel loket krijgt, lijkt voorlopig klein, want een kleine helft van de Belgen zegt helemaal geen interesse te hebben in de diensten.

Het Belgisch Instituut voor Post en Telecommunicatie (BIPT) deed telefonisch navraag bij tweeduizend Belgen naar hun computer- en internetgedrag. Het onderzoek richtte zich vooral tot het klassieke gezin. Zo bestond de helft van de ondervraagden uit een koppel met kinderen en waren alleenstaanden ondervertegenwoordigd in het onderzoek.

Hardware
Ondanks de stijgende populariteit van laptops, heeft slechts tien procent van de ondervraagden uitsluitend een laptop en surft zestig procent uitsluitend op een desktop. Eén van de redenen hiervoor is dat vaste computers beduidend langer gebruikt worden. De gemiddelde leeftijd van een desktop-pc ligt dan ook op 3,5 jaar. Laptops blijven gemiddeld net geen twee jaar in huis.
Hoe zit het met accessoires? In tegenstelling tot de steeds groeiende oproep tot een papierloos kantoor, blijft de printer met 95 procent het meest aanwezige randapparaat thuis. In het lijstje volgen de cd- of dvd-brander en de scanner een pak lager. Hoofdtelefoons, microfoons en webcams zijn slechts bij de helft van de ondervraagden terug te vinden.

Software & internet
Je bent wat je gebruikt, onder die leuze worden gebruikers van Windows, Mac OS en Linux maar al te vaak gedemoniseerd. U kunt de uitslag al raden, 95 procent gebruikt een besturingssysteem van Microsoft. Windows XP blijft de absolute koploper. Met 3,3 procent zien we Vista pas op de vierde plaats verschijnen na Windows 2000 en 98.
Een stuk lager zit Mac OS, waar 2,4 procent van de respondenten mee werkt. Vooral Mac OS X 10 blijkt populair. De anderhalve procent ondervraagden die gebruik maken van een openbronsysteem, verkiezen vooral Ubuntu.
ADSL blijft met een kleine zeventig procent de meest voorkomende technologie om op internet te gaan. De kabelaansluiting volgt met 23 procent. Zeven procent surft nog steeds met een klassieke telefoonlijn. Zodra we op het internet zitten, surft negen van de tien Belgen met Internet Explorer, Firefox/Mozilla weet 12,5 procent te overtuigen terwijl slechts één op honderd Safari gebruikt.

maandag 5 november 2007

Webvertising in België

Een gesprek met Alain Heureux.

De online reclame-uitgaven zetten hun groei in een gestaag ritme door. Resultaat: hun aandeel in de globale "mediamix" neemt zienderogen toe. België hangt weliswaar niet aan het staartje, maar het behoort evenmin tot de beste leerlingen van de klas. Alain Heureux, voorzitter van IAB Europe en België, helpt ons om de cijfers en de trends van de webvertising te duiden.

In vergelijking met de jaren negentig is de internet zeepbel dit keer niet met helium gevuld, maar eerder met klinkende euro's. De reclame-uitgaven in de verschillende interactieve formaten gaan duizelingwekkend vooruit, en dit op de meeste Europese en Amerikaanse markten. En dus blijft het aandeel van het interactieve in de taart van de traditionele media voortdurend groeien. Maar wat is de proportie nu? Een vraag die iedereen bezighoudt. Regelmatig trachten studies aan te tonen dat het interactieve in een bepaald land X % uitmaakt van de totale mediamix. De manier om de formaten van internetreclame te vergelijken en te meten ten opzichte van de investeringen die gedaan worden in de traditionele media zorgt voor een aantal interpretatieproblemen. "Men vergelijkt eigenlijk appelen met peren", zegt Alain Heureux, voorzitter van IAB Europa en België verontwaardigd.

Het JIC (Joint Industry Committee) -CIM dus in België- heeft altijd de publicitaire druk gemeten die door de reclameboodschappen op de gebruikers uitgeoefend wordt door de reclameboodschappen in de traditionele media een waardering te geven op basis van de "Rate Card", dus het aantal inlassingen vermenigvuldigd met de officiële prijs. Het maakte niet uit of de boodschap goedkoper of helemaal niet betaald werd! "Deze gegevens komen helemaal niet overeen met de werkelijke uitgaven. In sommige landen kan het verschil tussen de officiële en de werkelijk betaalde prijs oplopen tot 60%! In België schat men dat de gemiddelde korting op de officiële tarieven ergens tussen 25 en 35% ligt, afhankelijk van het soort media (affiches, tv, magazines, kranten). In Duitsland is er sprake van 45%, in Frankrijk 65%".

Voor het internet stelt het probleem zich net zo: hoe kan men de reële uitgaven berekenen voor de verschillende formaten (banners, search, advertenties, enz.)?
"Wij hebben besloten om de maatstaf te harmoniseren en zo bij het schatten van het gewicht van de webvertising enkel rekening te houden met bruto inkomsten, te weten het geld echt op tafel komt, verhoogd met de commissies van het agentschap. Hiervoor moesten wel sommige bedragen, vermeld door landen die de "Rate Card" toepassen, tot 65% gedevalueerd worden (bijvoorbeeld in Frankrijk). Door de invoering van deze "benchmark" kunnen wij sinds 2006 het effectieve gewicht van de Amerikaanse markt vergelijken met onze Europese markt."

U moet begrijpen dat het in het belang is van een beroepsvereniging zoals het IAB om de markt op haar juiste waarde te schatten. "Niets aan te doen als wij dan afwijken van de studies van CIM, die schatten dat het gewicht van de interactieve reclame 2,5% uitmaakt van de globale uitgaven. Deze berekeningswijze is onvolledig, want zij houdt enkel rekening met de banners die door enkele agentschappen verkocht worden. Het zal dan ook niet verwonderen dat de adverteerders kritiek hebben op het gebrek aan evolutie van de CIM ten opzichte van de interactieve reclame. Vergeet niet dat achter deze cijfers en statistieken er andere belangrijke dingen op het spel staan zoals de werkgelegenheid. En een schatting maken van het interactieve ten opzichte van het globale gewicht van de uitgaven die gedaan worden in de traditionele media, dat is een riskante operatie waaraan ik mij niet wil wagen."

De investeringen op de weegschaal
Volgens de schattingen van het IAB werd er in de VS in 2006 een 12,8 miljard euro geïnvesteerd in internetcampagnes. In Europa is het fetisj cijfer dat van 8 miljard euro. "Dus 20,8 miljard euro in totaal! Een bedrag dat echter toch een echte impact heeft volgens mediagroepen van het slag als OmniCom, Publicis en andere Saatchi & Saatchi. Zolang het interactieve slechts enkele miljardjes euro waard was, kon de sector de interesse niet wekken van de grote bazen van de agentschappen. Vandaag de dag is alles anders. In België zijn traditionele agentschappen zoals De Persgroep en Rossel al begonnen met de overschakeling naar het digitale. Maar er blijft nog veel te doen.

Het doel "10 before 10" zou anders geformuleerd moeten worden, want men zou eerder moeten spreken van een absoluut getal, geen percentage, dat tegen 2010 bereikt zou moeten worden".
Voor België wordt de waarde van onze industrie, rekening houdend met de bruto inkomsten voor 2006, geschat op 182 miljoen euro, een bedrag waarbij alle reclameformaten meegeteld worden (gele gids, search, enz.). Als men dit zou extrapoleren volgens de berekeningswijze van CIM (Rate Card), dan zou men komen tot een cijfer boven de 200 miljoen euro, wat zou overeenkomen met 6%-7% van de traditionele publicitaire investeringen globaal genomen. "De realiteit ligt dicht bij dit percentage, zelfs al moet men toegeven dat de budgetten die aan het interactieve gewijd worden niet in alle sectoren even groot zijn. De "fast moving consumer goods" zijn trager om de overstap te maken dan de automobielsector, de banken en verzekeringen".

Ter vergelijking: België ligt nu op hetzelfde niveau als Italië en Spanje. Ver achter de Angelsaksische landen (Groot-Brittannië en Scandinavië) en Nederland, die allen tussen de 10 en 14% zweven voor de interactieve investeringen, maar nog altijd voor Griekenland, Portugal, Slovenië, Kroatië waar webvertising slechts 5% uitmaakt van reclame-investeringen in de traditionele mediamix. Vlak voor ons liggen Frankrijk en Duitsland, twee landen waar de logica van de online investeringen al goed doorgedrongen is (tussen 7% en 9%).

"In het zicht van deze cijfers", vat Alain Heureux samen, "is België zeker geen voortrekker zoals de Angelsaksische en Scandinavische landen. Wij blijven liever voorzichtig met de online reclame-uitgaven. Maar onze markt maakt zich op rationele wijze op voor de grote overgang naar het digitale, die zonder twijfel ergens in 2008 of 2009 plaatsvindt. Men moet maar zien hoe de media en andere agentschappen evolueren om hiervan overtuigd te zijn". Nu wachten de adverteerders af tot de markt georganiseerd raakt. Maar eens giganten zoals Procter en Unilever erop springen, zal het gaan stuiven!

De sterke groei zet zich door in 2007!
Alle indicatoren tonen aan -we zijn nu begin oktober- dat de sterke groei van de online investeringen die in 2006 geregistreerd was, zich in alle Europese landen voortzet. "Sterke echo's hierover bereiken de nationale IAB's en diensten als MSN en Google: wij zouden in 2007 een groei moeten kennen van 50% of zelfs meer!" merkt Alain Heureux op. In dat geval zou de kaap van de 12 miljard euro aan investeringen in Europa overschreden worden, en zou men 270 miljoen euro bruto inkomsten bereiken in België.

Trekt men de lijn van deze formidabele groei van de webvertising door, dan is het niet overdreven te schatten dat de kaap van de 27 miljard euro bereikt wordt voor Europa, en 600 miljoen euro voor België, en dat tegen 2010. Het doel dat het IAB zich voorgenomen had: over drie jaar 10% van de investeringen in internet. Bij deze veronderstelling zou de interactieve publiciteit de uitgaven overstijgen voor magazines, en de radio en affiches op de voet volgen (sectoren die goed zijn voor 8 tot 14% in de mediamix), en vlak achter de kranten en tv. Als die trend zich voortzet zal deze toestand zowel de media als de tewerkstelling ten goede komen. Op voorwaarde echter dat iedereen klaar staat om deze slag op te vangen, want er is een nijpend tekort aan specialisten op de internetmarkt.

Vitaya lanceert gezondheidgerelateerde webstek

Vitaya zegt dat het dit najaar van plan is ‘fors’ te investeren in zijn online strategie. In concreto betekent dat, na de eerdere redesign van hoofdsite Vitaya.be, ondermeer de lancering van vitaliteit.tv.

Zoals de naam al aanduidt mikt deze site, net als het gelijknamige nieuwe digitale TV-kanaal van Vitaya, in de eerste plaats op gezondheidsgerelateerde informatie. De site heeft een ondersteunende en aanvullende functie voor die zender en bevat verder ondermeer een forum, de obligate nieuwsbrief en een uitgebreid receptenaanbod voor een ‘gezonde levensstijl’.
Paratel zorgt voor de regie.