woensdag 19 december 2007

Marketingtrends voor 2008: terug naar de basis

Met een enquête bij 600 van zijn leden wil de Marketing Executives Networking Group een beeld geven van de belangrijkste ontwikkelingen en thema’s die marketeers zullen bezighouden in 2008.

Een terugkeer naar de basisprincipes van het vak lijkt voor 60 procent van de bevraagde Amerikaanse marketing executives het belangrijkste: klantentevredenheid, klantretentie, segmentatie en merktrouw zijn concepten die in de back to basics benadering een grote rol zullen spelen. Ook zoekmachine optimalisatie spreekt tot de verbeelding van veel marketeers en 42 procent ziet dit dan ook als belangrijkste trend voor 2008. Personalisering is voor 36 procent van de marketeers het buzzword van 2008. Groene marketing (32 procent) wordt misschien niet als het belangrijkste - een beetje kortzichtig en wereldvreemd zijn de marketeers dus nog altijd wel - maar zeker als het meest ‘trendy’ gezien...

De regio waar de Amerikaanse marketing executives de meeste mogelijkheden zien in 2008 is China (52 procent). India volgt op een behoorlijke afstand met 20 procent. Weinig marketeers zagen even interessante kansen in regio’s als Oost-Europa (10 procent), West-Europa (5 procent) en Latijns-Amerika (5 procent).

Men lijkt ook niet meteen gewonnen voor het idee van outsourcing en off-shoring in de marketingwereld, in elk geval niet wat betreft hun eigen vakgebied. 77 procent zegt dat hun bedrijf geen van de marketingfuncties en taken uit besteedt. De helft van de senior marketeers zijn geen voorstander van outsourcing en iets minder dan een kwart is er wel voor te vinden.

Gevraagd naar de belangrijkste doelgroepen voor hun activiteiten schat 83 procent baby boomers het hoogste in. Generatie X (86 procent), vrouwen (85 procent) en generatie Y (84 procent) halen de boomers echter bijna in als belangrijkste demografische klantengroep. De senior marketing executives verslinden boeken om bij te blijven en een klare kijk op hun branche te hebben. De meest populaire boeken zijn niet noodzakelijk de recentst gepubliceerde, aangezien ‘Good to Great’ , ‘The world is flat’ en ‘Blink’ in de top drie van recent gelezen boeken stond. Aanraders zijn volgens de marketeers: ‘Good to Great’, ‘Positioning’ en ‘7 habits of highly effective people’.

donderdag 29 november 2007

Virale marketing draait op primaire emoties

Een succesvolle virale campagne roept een emotionele reactie op. Dat zeggen vijf onderzoekers van verschillende universiteiten, die de werking van dit soort marketing bekeken. Zes primaire emoties kunnen aan de orde zijn: verrassing, plezier, verdriet, woede, angst en afschuw.

Verrassing
Verrassing is altijd een doorslaggevende factor: zonder verrassingseffect werkt geen enkele virale boodschap. Plezier is heel geschikt bij grappige of ‘ondeugende’ producten en merken. Een verdrietige boodschap werkt goed bij sociale marketing die vraagt om een directe respons (bijvoorbeeld bij rampen).

Negatieve emoties
Die directe respons is ook bepalend voor virale marketing waarbij woede wordt opgeroepen, doordat er onrecht in het spel is. Ook de emotie angst kan in virale marketing heel behoedzaam worden gebruikt, zij het alleen in combinatie met een mogelijke oplossing of informatie die de angst weer wegneemt. Voor afschuw ten slotte zijn eigenlijk alleen jonge mannen te porren; die emotie kan bijvoorbeeld worden gebruikt in een campagne voor rebelse merken.

maandag 12 november 2007

Microsoft lanceert de Wow Factory

De Belgische vestiging van Microsoft heeft een grootscheepse campagne opgezet waarmee het in Web 2.0 filosofie de doelgroep laat participeren. De Wow Factory, zoals de actie heet, is een online ontmoetingsplek waar surfers tips kunnen raadplegen om nuttige, fijne, leuke of interessante dingen te doen met hun computer en de software die daarop staat.

De tips zijn gerangschikt in 5 thema’s: werk & school, thuis, ontspanning & hobby, feest & verrassingen en herinneringen.In 2.0-stijl kunnen de surfers daarbij hun eigen recepten creëren en opladen. De populairste uploads maken ook kans op een prijs.
De actie zet de mogelijkheden van diverse Microsoft-producten en diensten (Vista, Office, Live,…) in de kijker zonder dat die centraal worden gezet in de communicatie. Dingen doen eerder dan communicatie ondergaan dus, een verfrissende en gedurfde aanpak voor een klassiek productgeörienteerd bedrijf als Microsoft.

Het totaalconcept is van de hand van These Days dat ook tekende voor de begeleidende campagne en een opmerkelijk offline luik: naast de Wow Factory website komt er namelijk ook een ‘echte’ Wow Factory conceptstore.

Mobile marketing: harde cijfers

In België werd recent de tweede fase van de Belgian Mobile Mapping (BMM) afgewerkt door InSites in samenwerking met het IAB. Een greep uit enkele in het oog springende gegevens :

  • 94% van SMS of MMS mailings naar geselecteerde opt-in lijsten in Frankrijk wordt daadwerkelijk geopend én gelezen
  • 90% van de Belgen ouder dan 15 jaar beschikt over een GSM
  • 81% van de Europese mobiele gebruikers verstuurt regelmatig SMS berichten; 33% doet dit dagelijks
  • 75% van de Europese mobiele gebruikers heeft in juli 2007 een publicitaire SMS ontvangen, voor het merendeel (73%) afkomstig van hun mobiele operator
  • 62% van de jongeren (12 tot 24 jaar) in Frankrijk heeft content op zijn mobiel gedownload; over alle leeftijdsgroepen is dit gemiddeld 41%
  • 51% van de Italiaanse mobiele gebruikers neemt foto’s met zijn mobiele telefoon, en 31% gaat die ook delen met kennissen via mobiele netwerken
  • 50% van de wereldbevolking zal tegen het einde van 2007 beschikken over een mobilofoon (3,35 miljard mensen)
  • 49% van de Franse mobinauten consulteert het weerbericht op het mobiel internet
  • 40% van de Belgen heeft via zijn mobilofoon al eens gereageerd op een advertentie
  • 36% van alle Belgische GSM toestellen werd de laatste 12 maanden aangekocht
  • 30% van de 50 top Europese merken hebben reeds een eerste ervaring opgedaan met mobiele marketing
  • 30% van de mobiele advertentiecampagnes uitgevoerd door Top Europese merken genereren conversieratio’s van meer dan 5%
  • 30% van de Belgische gebruikers is eerder kritisch ten opzichte van het intrusieve karakter van de mobiele telefoon
  • 19% van de Britse internauten ouder dan 15 hebben in januari 2007 een connectie naar het internet via hun mobiel toestel gedaan (5,7 miljoen personen)
  • 10% van de Spaanse mobiele gebruikers heeft zich al geabonneerd op een RingBack toon

De cijfers spreken voor zichzelf. Iedereen beschikt nu over een mobiele telefoon. Door het sterk stijgend gebruik van messaging, mobiel internet en content download diensten groeit het mobiele medium stilaan uit tot een volwaardig massa medium, en zeker binnen bepaalde leeftijdsgroepen is de mobilofoon een onmisbaar instrument.

In sommige landen wordt het mobiele medium nu mee opgenomen in de metingen van het bereik van klassieke massa media. Misschien kan dit een inspiratie vormen voor het CIM om mobiel ook meer uitgebreid in de kijker te plaatsen in de volgende Plurimedia studie?

dinsdag 6 november 2007

Trends in retail

Wat zijn de meest opvallende trends in retail?
De winkellevensduur verkort en de frequentie van de remodelings verhoogt door de toenemende vraag naar ‘experience’. Retailers kunnen hierop inspelen met een modulaire en flexibele winkelinrichting.

Er zijn meer monomerkenwinkels. De multimerkenwinkels staan namelijk steeds meer onder druk. Merkfabrikanten verliezen hierdoor aan distributie. Bovendien verwatert het winkelbeeld en de merkbeleving, terwijl de consument net vraagt om meer beleving. Daarom openen Nike, Mobistar of Xandres monomerkenwinkels. Ze doen aan brandscaping. De inrichting is volledig afgestemd op het merk. In de Lego brand stores is de winkel zelf een legoblok geworden.

Hoe is het gesteld met de concept stores? Formules zoals Oil & Vinegar of Nature & Discoveries zitten wel dicht tegen de tijdsgeest maar botsen vaak tegen de grenzen van vernieuwing. Zo’n formule wordt dan voorspelbaar.

Multiformat gaat om de zoektocht naar klantenaandeel en groei. De winkel moet naar de klant. Kijk naar Standaard Boekhandel. Zij zoeken naar andere locaties, baanwinkels of shop-in-shopformules bij retailpartners zoals Fun en in de reisbureaus.

Tenslotte is er de e-tailing, een echte ‘disruptive technology’. Voor de consument lopen de online en offline kanalen steeds meer door elkaar. Dergelijke multichanneling op orde krijgen is een grote uitdaging voor de retailers.

Tien procent meer Belgische gezinnen online

Uit cijfers van de Federale Overheidsdienst Economie blijkt dat het internetgebruik in de Belgische huishoudens met maar liefst tien procent is gestegen. Zo beschikt zestig procent van alle gezinnen over een internetverbinding. Ook het aantal gezinnen met een computer nam in 2006 toe tot bijna zeventig procent. De stijging is het sterkst bij eenoudergezinnen.

De resultaten komen uit een grootschalige enquête onder ruim tienduizend landgenoten. Er werd onder meer gekeken naar de nood aan een internetaansluiting. Zo verklaart een vijfde van de gezinnen geen internet te willen. Wat opvalt is dat de financiële drempel er ondanks overheidsinitiatieven uit het verleden nog steeds is. Driekwart van de gezinnen zonder toegang tot het web geeft aan dat de kost of het ontbreken van internetvaardigheden hen tegenhoudt om op internet te gaan.

De overheid peilde ook de populariteit van online activiteiten. Zo blijven mailen en chatten zowel bij mannen als vrouwen veruit de populairste activiteiten. E-government moet zich met minder aanhang tevreden stellen; slechts 22 procent van de Belgen heeft er al eens gebruik van gemaakt. De kans dat de overheid iedereen naar het virtueel loket krijgt, lijkt voorlopig klein, want een kleine helft van de Belgen zegt helemaal geen interesse te hebben in de diensten.

Het Belgisch Instituut voor Post en Telecommunicatie (BIPT) deed telefonisch navraag bij tweeduizend Belgen naar hun computer- en internetgedrag. Het onderzoek richtte zich vooral tot het klassieke gezin. Zo bestond de helft van de ondervraagden uit een koppel met kinderen en waren alleenstaanden ondervertegenwoordigd in het onderzoek.

Hardware
Ondanks de stijgende populariteit van laptops, heeft slechts tien procent van de ondervraagden uitsluitend een laptop en surft zestig procent uitsluitend op een desktop. Eén van de redenen hiervoor is dat vaste computers beduidend langer gebruikt worden. De gemiddelde leeftijd van een desktop-pc ligt dan ook op 3,5 jaar. Laptops blijven gemiddeld net geen twee jaar in huis.
Hoe zit het met accessoires? In tegenstelling tot de steeds groeiende oproep tot een papierloos kantoor, blijft de printer met 95 procent het meest aanwezige randapparaat thuis. In het lijstje volgen de cd- of dvd-brander en de scanner een pak lager. Hoofdtelefoons, microfoons en webcams zijn slechts bij de helft van de ondervraagden terug te vinden.

Software & internet
Je bent wat je gebruikt, onder die leuze worden gebruikers van Windows, Mac OS en Linux maar al te vaak gedemoniseerd. U kunt de uitslag al raden, 95 procent gebruikt een besturingssysteem van Microsoft. Windows XP blijft de absolute koploper. Met 3,3 procent zien we Vista pas op de vierde plaats verschijnen na Windows 2000 en 98.
Een stuk lager zit Mac OS, waar 2,4 procent van de respondenten mee werkt. Vooral Mac OS X 10 blijkt populair. De anderhalve procent ondervraagden die gebruik maken van een openbronsysteem, verkiezen vooral Ubuntu.
ADSL blijft met een kleine zeventig procent de meest voorkomende technologie om op internet te gaan. De kabelaansluiting volgt met 23 procent. Zeven procent surft nog steeds met een klassieke telefoonlijn. Zodra we op het internet zitten, surft negen van de tien Belgen met Internet Explorer, Firefox/Mozilla weet 12,5 procent te overtuigen terwijl slechts één op honderd Safari gebruikt.

maandag 5 november 2007

Webvertising in België

Een gesprek met Alain Heureux.

De online reclame-uitgaven zetten hun groei in een gestaag ritme door. Resultaat: hun aandeel in de globale "mediamix" neemt zienderogen toe. België hangt weliswaar niet aan het staartje, maar het behoort evenmin tot de beste leerlingen van de klas. Alain Heureux, voorzitter van IAB Europe en België, helpt ons om de cijfers en de trends van de webvertising te duiden.

In vergelijking met de jaren negentig is de internet zeepbel dit keer niet met helium gevuld, maar eerder met klinkende euro's. De reclame-uitgaven in de verschillende interactieve formaten gaan duizelingwekkend vooruit, en dit op de meeste Europese en Amerikaanse markten. En dus blijft het aandeel van het interactieve in de taart van de traditionele media voortdurend groeien. Maar wat is de proportie nu? Een vraag die iedereen bezighoudt. Regelmatig trachten studies aan te tonen dat het interactieve in een bepaald land X % uitmaakt van de totale mediamix. De manier om de formaten van internetreclame te vergelijken en te meten ten opzichte van de investeringen die gedaan worden in de traditionele media zorgt voor een aantal interpretatieproblemen. "Men vergelijkt eigenlijk appelen met peren", zegt Alain Heureux, voorzitter van IAB Europa en België verontwaardigd.

Het JIC (Joint Industry Committee) -CIM dus in België- heeft altijd de publicitaire druk gemeten die door de reclameboodschappen op de gebruikers uitgeoefend wordt door de reclameboodschappen in de traditionele media een waardering te geven op basis van de "Rate Card", dus het aantal inlassingen vermenigvuldigd met de officiële prijs. Het maakte niet uit of de boodschap goedkoper of helemaal niet betaald werd! "Deze gegevens komen helemaal niet overeen met de werkelijke uitgaven. In sommige landen kan het verschil tussen de officiële en de werkelijk betaalde prijs oplopen tot 60%! In België schat men dat de gemiddelde korting op de officiële tarieven ergens tussen 25 en 35% ligt, afhankelijk van het soort media (affiches, tv, magazines, kranten). In Duitsland is er sprake van 45%, in Frankrijk 65%".

Voor het internet stelt het probleem zich net zo: hoe kan men de reële uitgaven berekenen voor de verschillende formaten (banners, search, advertenties, enz.)?
"Wij hebben besloten om de maatstaf te harmoniseren en zo bij het schatten van het gewicht van de webvertising enkel rekening te houden met bruto inkomsten, te weten het geld echt op tafel komt, verhoogd met de commissies van het agentschap. Hiervoor moesten wel sommige bedragen, vermeld door landen die de "Rate Card" toepassen, tot 65% gedevalueerd worden (bijvoorbeeld in Frankrijk). Door de invoering van deze "benchmark" kunnen wij sinds 2006 het effectieve gewicht van de Amerikaanse markt vergelijken met onze Europese markt."

U moet begrijpen dat het in het belang is van een beroepsvereniging zoals het IAB om de markt op haar juiste waarde te schatten. "Niets aan te doen als wij dan afwijken van de studies van CIM, die schatten dat het gewicht van de interactieve reclame 2,5% uitmaakt van de globale uitgaven. Deze berekeningswijze is onvolledig, want zij houdt enkel rekening met de banners die door enkele agentschappen verkocht worden. Het zal dan ook niet verwonderen dat de adverteerders kritiek hebben op het gebrek aan evolutie van de CIM ten opzichte van de interactieve reclame. Vergeet niet dat achter deze cijfers en statistieken er andere belangrijke dingen op het spel staan zoals de werkgelegenheid. En een schatting maken van het interactieve ten opzichte van het globale gewicht van de uitgaven die gedaan worden in de traditionele media, dat is een riskante operatie waaraan ik mij niet wil wagen."

De investeringen op de weegschaal
Volgens de schattingen van het IAB werd er in de VS in 2006 een 12,8 miljard euro geïnvesteerd in internetcampagnes. In Europa is het fetisj cijfer dat van 8 miljard euro. "Dus 20,8 miljard euro in totaal! Een bedrag dat echter toch een echte impact heeft volgens mediagroepen van het slag als OmniCom, Publicis en andere Saatchi & Saatchi. Zolang het interactieve slechts enkele miljardjes euro waard was, kon de sector de interesse niet wekken van de grote bazen van de agentschappen. Vandaag de dag is alles anders. In België zijn traditionele agentschappen zoals De Persgroep en Rossel al begonnen met de overschakeling naar het digitale. Maar er blijft nog veel te doen.

Het doel "10 before 10" zou anders geformuleerd moeten worden, want men zou eerder moeten spreken van een absoluut getal, geen percentage, dat tegen 2010 bereikt zou moeten worden".
Voor België wordt de waarde van onze industrie, rekening houdend met de bruto inkomsten voor 2006, geschat op 182 miljoen euro, een bedrag waarbij alle reclameformaten meegeteld worden (gele gids, search, enz.). Als men dit zou extrapoleren volgens de berekeningswijze van CIM (Rate Card), dan zou men komen tot een cijfer boven de 200 miljoen euro, wat zou overeenkomen met 6%-7% van de traditionele publicitaire investeringen globaal genomen. "De realiteit ligt dicht bij dit percentage, zelfs al moet men toegeven dat de budgetten die aan het interactieve gewijd worden niet in alle sectoren even groot zijn. De "fast moving consumer goods" zijn trager om de overstap te maken dan de automobielsector, de banken en verzekeringen".

Ter vergelijking: België ligt nu op hetzelfde niveau als Italië en Spanje. Ver achter de Angelsaksische landen (Groot-Brittannië en Scandinavië) en Nederland, die allen tussen de 10 en 14% zweven voor de interactieve investeringen, maar nog altijd voor Griekenland, Portugal, Slovenië, Kroatië waar webvertising slechts 5% uitmaakt van reclame-investeringen in de traditionele mediamix. Vlak voor ons liggen Frankrijk en Duitsland, twee landen waar de logica van de online investeringen al goed doorgedrongen is (tussen 7% en 9%).

"In het zicht van deze cijfers", vat Alain Heureux samen, "is België zeker geen voortrekker zoals de Angelsaksische en Scandinavische landen. Wij blijven liever voorzichtig met de online reclame-uitgaven. Maar onze markt maakt zich op rationele wijze op voor de grote overgang naar het digitale, die zonder twijfel ergens in 2008 of 2009 plaatsvindt. Men moet maar zien hoe de media en andere agentschappen evolueren om hiervan overtuigd te zijn". Nu wachten de adverteerders af tot de markt georganiseerd raakt. Maar eens giganten zoals Procter en Unilever erop springen, zal het gaan stuiven!

De sterke groei zet zich door in 2007!
Alle indicatoren tonen aan -we zijn nu begin oktober- dat de sterke groei van de online investeringen die in 2006 geregistreerd was, zich in alle Europese landen voortzet. "Sterke echo's hierover bereiken de nationale IAB's en diensten als MSN en Google: wij zouden in 2007 een groei moeten kennen van 50% of zelfs meer!" merkt Alain Heureux op. In dat geval zou de kaap van de 12 miljard euro aan investeringen in Europa overschreden worden, en zou men 270 miljoen euro bruto inkomsten bereiken in België.

Trekt men de lijn van deze formidabele groei van de webvertising door, dan is het niet overdreven te schatten dat de kaap van de 27 miljard euro bereikt wordt voor Europa, en 600 miljoen euro voor België, en dat tegen 2010. Het doel dat het IAB zich voorgenomen had: over drie jaar 10% van de investeringen in internet. Bij deze veronderstelling zou de interactieve publiciteit de uitgaven overstijgen voor magazines, en de radio en affiches op de voet volgen (sectoren die goed zijn voor 8 tot 14% in de mediamix), en vlak achter de kranten en tv. Als die trend zich voortzet zal deze toestand zowel de media als de tewerkstelling ten goede komen. Op voorwaarde echter dat iedereen klaar staat om deze slag op te vangen, want er is een nijpend tekort aan specialisten op de internetmarkt.

Vitaya lanceert gezondheidgerelateerde webstek

Vitaya zegt dat het dit najaar van plan is ‘fors’ te investeren in zijn online strategie. In concreto betekent dat, na de eerdere redesign van hoofdsite Vitaya.be, ondermeer de lancering van vitaliteit.tv.

Zoals de naam al aanduidt mikt deze site, net als het gelijknamige nieuwe digitale TV-kanaal van Vitaya, in de eerste plaats op gezondheidsgerelateerde informatie. De site heeft een ondersteunende en aanvullende functie voor die zender en bevat verder ondermeer een forum, de obligate nieuwsbrief en een uitgebreid receptenaanbod voor een ‘gezonde levensstijl’.
Paratel zorgt voor de regie.

maandag 29 oktober 2007

Banner sampling

Regie BEWEB heeft voor Universal Media en Lacôme een eerste zogeheten Data’Collect samplingcampagne opgezet. Het Data’Collect formaat werd gebruikt voor een actie voor Lancôme zijn “Mascara Virtuôse”.

De begeleidende campagne loopt sinds begin deze maand op een aantal vrouwensites uit het Women Package van de regie, te weten Au Féminin, Weekend, Vitaya, Femmes d’Aujourd’hui en Femistyle.

Daarbij wordt gebruik gemaakt van leaderboards en half pages. Het hele opzet is dus online sampling waarbij surfers een staaltje van het cosmeticaproduct kunnen opvragen via een formulier dat in de creaties zelf wordt ingevuld. Voordelen: de surfer dient de site waar hij zich bevindt niet te verlaten en er dient geen aparte microsite of apart online formulier te worden aangemaakt.

BEWEB laat weten dat de actie in minder dan één week tijd resulteerde in 8200 adressen.
De campagne bereikte 75.329 unieke, gededupliceerde bezoekers. Of een conversieratio van om en bij 11% wat toch opmerkelijk mag worden genoemd. Temeer daar conversie hier niet betekent ‘vrijblijvende klik’ maar effectieve sampling.

Mixx Awards 2007

Mortierbrigade en Openhere zijn de grote winnaars op de allereerste editie van de Belgische en Europese Mixx Awards. Deze gezamenlijke organisatie van het vakblad Inside, IAB Belgium en IAB Europe bekroont de beste voorbeelden van interactieve marketing in België en Europa. De Mixx Awards zijn de opvolgers van de Night of the Internet, waarop de beste Belgische realisaties in webcommunicatie en online advertising werden bekroond.

Een opvallend trend is de rol van internetvideo en de vaste plaats die internet verwerft in geïntegreerde campagnes. Tal van bedrijven gebruiken 'virale' marketingtechnieken als een medium om reclameboodschappen te verspreiden, klinkt het bij Inside. Daarnaast blijkt dat interactieve media zoals internet steeds vaker een integraal onderdeel zijn van een bredere campagne.

Een vakjury van topspecialisten uit de sector onder leiding van juryvoorzitter Pieter Goiris (Boondoggle) selecteerde de volgende winnaars:

Brand Awareness / Positioning

Product launch


Direct response

  • Mortierbrigade (Unwanted gifts) – Gold Award
  • Openhere (Het laatste uur) – Silver Award
  • Snow (Ieder zijn Plan) – Bronze Award

Best use of Interactive Media

  • These Days (Jealous Computers) – Gold Award
  • Openhere (Het laatste uur) – Silver Award
  • ONE Agency (Humoradio) – Bronze Award

European Mixx Awards 2007

De Europese Mixx Award werd toegekend door een vakjury van Europese topspecialisten onder leiding van Stéphane Cordier (CEO AdLink).

Best European Campaign

  • Prophet (Unite for Diabetes)

Gratis zijn gevoeg doen online

Emakina tekent opnieuw voor een campagne waarover zal gepraat worden. De actie draait rond het thema van de dringende sanitaire stop.

‘I need to go’, te vinden op http://www.i-needtogo.com/, verkoopt zichzelf als het eerste toilet op Internet. De navigatie gebeurt in functie van een kleine of grote boodschap. Onder de gimmicks de mogelijkheid om een toilet op uw eigen blog te plaatsen.

En de adverteerder? Daarvoor is het zoals vaker bij Emakina eerst de site doorlopen, maar wie de ‘sanitaire medewerker’ “betaalt” weet waar de klepel hangt: het gratis plasje van Emakina is namelijk reclame voor de “gratis” ING Lion Account rekening.

Te beleven – met een fijn filmpje starring ‘madame pipi’.

Dossier iDTV in België: het begint

Door Bert Jancen.

Ondanks het enorme potentieel aan interactiviteit lopen de marketeers in ons land nog niet storm voor interactieve digitale televisie. De reden hiervoor? Een marginale penetratiegraad en een markt die nog niet rijp is. Maar als men de situatie nader bekijkt dan blijken de eerste ervaringen in ons land erg veelbelovend voor de adverteerders en kan men er veel lessen uit trekken op reclamegebied. Een analyse, inclusief gesprekken met mensen uit de sector.

De digitale tv is nog niet zo lang op de Belgische markt. Amper twee of drie jaar kan men tv-uitzendingen volgen met een bijna dvd-kwaliteit van beeld en klank. Een duidelijke achterstand op landen zoals de VS of het VK waar men al meer dan 10 jaar naar iDTV heeft en waar er zoveel jaren voorsprong vergaard is op vlak van interactiviteit, video on demand (VOD), het raadplegen van programma's in uitgesteld relais, slimme spelletjes en andere teletexten. De penetratiegraad van iDTV wordt voor 2006 geschat op 7%, ver achter het internet (51%), maar voor PSP (PlayStation Portable met 5%) of 3G telefonie (1%); dat laatste maakt echter reuzevordering dankzij de start van mobiele digitale tv.

We onthouden vooral dat het totaal aantal abonnementen op digitale tv nu de symbolische kaap van een half miljoen verbindingen benadert. Een bemoedigende trend weliswaar, maar het groeiritme heeft nog niet de snelheid bereikt waarop de belangrijkste betrokkenen gerekend hadden. "De traagheid waarmee de digitale tv zich in België ontwikkelt in vergelijking met de ons omringende landen valt voor een deel te verklaren door het hoge aantal teledistributie-aansluitingen", merkt Patrick Blocry op, marketing en commercieel directeur bij BeTV. Kort samengevat, om het te zeggen met de woorden van Stefan Costeur, commercial manager bij Paratel, "wij zijn nog maar aan de eerste wankele schreden toe". Ergens tussen het jaar "nul" en het "jaar één" van een tocht op weg naar volwassenheid.

De laatsten zullen de eersten zijn
Bij nader toezien blijkt dat het fenomeen iDTV zich bij de operatoren aan erg verschillende snelheden ontwikkelt. In het noorden van het land heeft Telenet vanaf het begin, vanaf 2005 dus, volle gas gegeven. Volgens de laatste officiële cijfers telt de Vlaamse operator 309.000 digitale abonnementen, oftewel 17% van het totaal aantal kabelabonnees. "Een resultaat dat zeker nog te zwak is om massaal de adverteerders en marketeers aan te trekken", onderlijnt Stefan Coenjaerts, woordvoerder van de groep, "maar de stijging van digitale abonnementen is in één jaar wel verdubbeld!" Voor de toekomst rekent de operator op een conversiegehalte van analoog naar digitaal van ongeveer 10% per jaar. Aan dat ritme zou Vlaanderen wel eens eerder dan verwacht ondergedompeld kunnen zijn in iDTV.
Bij Belgacom TV loopt de "digitale overgang" trager, maar de voormalige unieke operator wil daarom nog niet de trein van de iDTV missen. "Als de trend van 2006 zich voortzet, zouden wij tegen einde 2007 een 250.000 abonnees op digitale tv mogen verwachten", licht Haroun Fenaux toe, woordvoerder van de groep. Momenteel moet de operator zich echter tevreden stellen met meer dan 190.000 abonnementen verspreid over heel het land, waarvan meer dan 60% in Wallonië en Brussel. Om die beweging aan te zwengelen belooft het businessplan van de operator om het "quadruple play" aanbod (internet, tv, telefonie en mobiele tv) op te voerenBelgacom had eind juni 191.348 abonnees, wellicht ondertussen dus ook meer dan 200.00.
Bij VOO, de vereniging die de verschillende kabeldistributeurs in Wallonië en Brussel (Brutele en AELE) onder één koepel verzamelt, maakt men zich op om de challengers te worden in Wallonië en Brussel. De kabelverdeler zegt vandaag over 50.000 abonnees op digitale tv te beschikken, van de 620.000 die op teledistributie geabonneerd zijn. Maar achter dat kleine boompje schuilt een heus Amazonewoud! "Eens de overname van de kabelverdelers voleindigd is, begin 2008, zal VOO een 1.300.000 abonnees tellen", verklaart Jean-Michel Adant, algemeen directeur van Brutele/VOO. Vanaf die datum mag de operator zich ook tot de zwaargewichten van de digitale tv rekenen.

De markt van de digitale tv is echter niet beperkt tot de bovengenoemde operatoren. Hier moeten nog de onafhankelijke kabelverdelers in Vlaanderen bij gerekend worden, het digitale tv-aanbod via satelliet van TV Vlaanderen (50.000 abonnees), alsook het digitale aanbod van de operator Coditel (Brussel en Wallonië), die een bereik heeft van naar schatting 40.000 gezinnen, het aanbod van de zenders VRT/RTBF die hun programma's in digitale kwaliteit via de ether versturen (20.000 TNT gebruikers), of BeTV, de specialist in VOD die content tegen betaling aanbiedt (128.000 abonnees in Wallonië en Brussel).

Interactiviteit, een realiteit in het "Noorden"
"Met het digitale aanbod kan men de klassieke passieve tv op een hoger plan brengen door er een nieuwe interactieve dimensie aan toe te voegen. Zelfs al blijft de markt momenteel afwachtend en avant-gardistisch", is de analyse van Denis Masquelier, algemeen directeur IP RTL Digital. Hij gaat verder: "de spelers willen geen commerciële risico's nemen. Zij wachten op een sterk, bevestigd signaal alvorens met full interactive tv te beginnen. Het interactieve aanbod is erg verschillend naargelang de operator. Telenet heeft in Vlaanderen al erg snel een stevige impuls gegeven aan de digitale tv, terwijl de operatoren in het zuiden van het land nog in volle reorganisatie waren (toenadering van de kabeldistributeurs)".

Jean-Michel Adant, algemeen directeur bij Brutele/VOO: "De interactieve tv, daar is het nog te vroeg voor. Zij is nog niet rendabel! Het grootste deel van de inkomsten van Belgacom tv is gebaseerd op het verdelen van programma's en niet op interactieve tv! De overgang naar de 'full digital' verloopt trager dan voorzien, omdat velen tevreden zijn van de analoge tv-diensten. Om eerlijk te zijn, als de eenmaking van de Waalse kabelverdelers vroeger gebeurd was, dan hadden wij sneller iDTV oplossingen kunnen aanbieden. Wij moesten eerst wachten op de kritieke massa, vooraleer ons in deze nieuwe business te gooien. Deze onvermijdbare etappe zal in 2008 achter de rug zijn, wanneer VOO alle operatoren uit Wallonië overkoepelt".

Op technisch vlak zijn de digitale "kastjes" van Telenet de meest geavanceerde op de markt. Zij zijn ontworpen om de distributie van heen-en-weer signalen te ondersteunen, waardoor dus verschillende systemen van interactieve reclame aangeboden kunnen worden dankzij de bekende "rode knop" van de afstandsbediening. Bij Belgacom TV is de interactiviteit beperkter (VOD en eText), zelfs al biedt de intelligente teletext toch een zekere toegevoegde waarde aan de kijkbuis.

Elders staat digitale tv eerder voor een betere kwaliteit van het doorgestuurde beeld en geluid. En daarmee is de kous af! Terwijl de technologische mogelijkheden van digitale tv veel verder gaan dan een veredeling van het videosignaal. Telenet heeft deze boodschap perfect begrepen; het is zelfs de enige operator die in België echt interactieve diensten aanbiedt. Men moet dan ook in Vlaanderen wonen of in sommige Brusselse gemeenten (door de overname van de activiteiten van UPC in juli dit jaar) om hiervan te kunnen profiteren. "Ons platform wekt de nieuwsgierigheid van operatoren uit het buitenland, want het maakt interactie mogelijk met de programma's en de reclameboodschappen, om bijkomende informatie te vragen over een publiciteit, een cataloog aan te vragen, concerttickets te kopen, enz." legt Stefan Coenjaerts uit. Het interactieve aanbod van Telenet speelt zich af binnen een "Walled Garden", een platform dat in staat is om mini sites te bevatten die exclusief geformatteerd zijn voor de iDTV van de operator. De gebruikers kunnen zo gemakkelijk informatie vinden over de uurroosters van de trein, de gele gids raadplegen, officiële formulieren van het gemeentehuis aanvragen, meedoen aan interactieve spelletjes, enz. Momenteel groepeert deze promotietool een tiental sites die het vooral van beelden moeten hebben. De integratie van videofragmenten maakt deel uit van de projecten die nog in ontwikkeling zijn. "Vele ondernemingen en openbare instellingen hebben al interesse betoond voor dit platform, waaronder VTB/VAB, de Vacature site, NMBS/SNCB, Connexions, de steden Mechelen en Kortrijk, enz. Het aanbod wordt aan een tempo van één nieuwe site per maand uitgebreid."

Dergelijke projecten kosten veel minder dan het maken van een lokale tv-zender, een project dat tegenwoordig erg in zwang is. Een ander pluspunt: de "Walled Garden" toepassingen zijn in zekere zin een aanvulling op de computer. Zo zijn de jobaanbiedingen die op de tv-site van Vacature aanwezig zijn, gesynchroniseerd met het profiel van de gebruiker dat via het internet aanpasbaar is. "Het maken van een interactieve promotie-vitrine vergt in het begin toch een tamelijk zware investering, nodig voor de ontwikkeling van de toepassing in samenwerking met de operator", licht Stefan Coenjaerts toe.

Interactieve tv tot in het oneindige, en verder!
De digitale tv kent een snelle evolutie op technisch en commercieel vlak. "Bij Telenet regent het weliswaar gestaag nieuwigheden (integratie van video, nieuwe betalingswijzen, enz.), maar Belgacom maakt zich ook op om nieuwe interactieve diensten te lanceren", geeft Stéphane Costeur, Commercial manager bij Paratel halvelings toe. "Alles is mogelijk met iDTV, vermits de technologie berust op een programmeerbare interface", vult Haroun Fenaux aan. Het staat de operatoren vrij om, naargelang het in hun strategische plannen past, de diensten die beschikbaar zijn bij de technologieleveranciers (Alcatel, Siemens, Zappware, Calibrate..) ja dan neen te adopteren. "Trouwens, gaat Stéphane Costeur verder, de twee operatoren zouden over een twee jaar over gelijkaardige interactieve diensten moeten beschikken. De toepassingen zelf daarentegen zullen waarschijnlijk verschillend blijven, gezien de verscheidenheid aan platformen die er in België bestaan". Men zou deze situatie kunnen vergelijken met de toestand op het IT-domein, waar er erg gelijkende maar onderling incompatibele besturingssystemen bestaan (Mac OS X , Windows of Linux), zo bevestigen ons de twee specialisten in iDTV -integratie Zappware en Calibrate.
Er bestaat echter een nadeel aan deze technologische heterogeniteit: het porteren van de toepassingen geschreven in de verschillende programmeertalen brengt een belangrijke meerkost met zich mee voor de klanten en de adverteerders. "Dat betekent een bijkomende rem op de inburgering van interactieve tv-campagnes. Want de realisatie van een interactieve spot kost sowieso ongeveer 20% meer dan voor de klassieke tv. Maar als de interesse voor de interactieve reclame bij ons nog marginaal blijft, dan is dat omdat de meeste adverteerders, creatieve en andere media-agentschappen deze nieuwe business slecht blijken te kennen", vult Stéphane Costeur aan. En daarom trekken de adverteerders beperkte budgetten uit om de markt uit te testen. "Zij groeien echter elk jaar, verzekert Stéphane Costeur, evenredig met de toename van het aantal digitale aansluitingen." Maar er is daarentegen geen sprake van om het scherm in de huiskamer om te vormen tot een internet-toestel! De ondervraagde spelers blijven hierover unaniem: de tv is niet gemaakt om te e-mailen of op websites te surfen. Bij Belgacom TV bevestigt men ons dat "het aanbod gesegmenteerd blijft rond enerzijds ADSL en anderzijds een specifiek aanbod voor de digitale tv". Guy Serdobbel, manager new media bij Calibrate (integrator van iDTV -toepassingen) treedt deze analyse bij: "de iDTV toepassingen zullen in de toekomst complementair blijven aan het internet-platform."
"Verschillende ervaringen hebben inderdaad aangetoond dat de internet-toepassingen of e-mail op de beeldbuis niet met de gehoopte geestdrift onthaald werden, licht Jean-Michel Adant van Brutele toe. De digitale tv moet dus ontspanning bieden buiten de computer om. Nu kan echter nog niemand zeggen wat de killer application wordt die de stormloop op de digitale tv zal ontketenen".

Interactieve reclame zoekt adverteerder
De voornaamste betrokkenen moeten toegeven dat digitale tv een grote "gadget hype" zou hebben voor de adverteerders en reclameagentschappen op zoek naar iets sensationeel. "Het enige voordeel van een campagne op de digitale tv is dat het de know-how van een reclameagentschap aantoont", stelt Hakim Benbouchta vast, verantwoordelijk voor strategische planning bij Mc Cann Erickson. Daarbuiten heeft de digitale tv nog geen aardverschuivingen veroorzaakt bij de creatieve agentschappen in België, zoals wel het geval was in het VK en de VS.
Maar dit nieuwe eldorado zal wellicht al snel de adverteerders lokken. "De meeste reclamecampagnes kennen nu al een versie voor de tv en het internet, en binnenkort dan ook voor de interactieve tv, want de voordelen daarvan zijn reëel", merkt Hakim Benbouchta op. "De gebruiker kan nu wel de controle over de tv terug in handen nemen, dankzij de nieuwe mogelijkheden die uitgesteld relais en VOD bieden -en dus wegzappen tijdens de reclame- maar in de VS stelt men dan weer vast dat de adverteerders zich meer richten op tv-programma's via de "product placement" (het tonen van het product van de adverteerder tijdens een tv-fragment). Met deze techniek kan men immers een object, dat zichtbaar is in een scène, vervangen door het product van de adverteerder.

Voor Patrick Blocry, marketing en commercieel directeur bij BeTV "ligt het grote pluspunt van interactieve reclame bij haar vermogen om van de above (reclame bestemd voor massa's) over te schakelen naar one-to-one marketing. Een simpele druk op de knop van de afstandsbediening volstaat immers om de gebruiker naar een mini-site te voeren met informatie over het product van de adverteerder". Maar het blijft eerder zeldzaam dat de mensen hun tijd wijden aan reclame, geven de ondervraagde personen toe. Zelfs in de landen die een hoge inburgeringsgraad van de digitale tv kennen (Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, enz.) verkeert het fenomeen van de interactieve reclame nog in een experimenteel stadium, want de gebruiker zoekt vooral ontspanning op tv. "Voor een definitieve doorbraak van de interactieve reclame, dringt Patrick Blocry aan, moet men wachten op een hoge penetratiegraad van digitale tv. Wat die drempelwaarde is, dat hangt af van het soort adverteerder. Dat zal voor sommigen ongetwijfeld 20% zijn, terwijl anderen niet in actie komen zolang de grote massa gebruikers niet bereikt is. Om een echte interactiviteit te waarborgen moet ook het tweerichtingsverkeer van de netwerken gewaarborgd worden door de operatoren. En last but not least, er moet ook een precieze meting komen van het publiek van de digitale kanalen". De CIM bestudeert momenteel de zaak om zo snel mogelijk nieuwe tools in gebruik te kunnen nemen waarmee zij de adverteerders kunnen informeren over de GRP van de spots die op de digitale kanalen getoond worden.

Kortom, de interactieve tv biedt evenveel mogelijkheden aan de marketeers als zij onopgeloste vragen oproept. Men kan zich bijvoorbeeld afvragen of de VOD niet dreigt de reclame te doden, door het effect van het uitgesteld relais? Een gedeeltelijk antwoord: "men stelt tegenwoordig vast dat de uitzendingen die massaal on demand bekeken worden (VOD) juist diegene zijn die "live" groot succes hebben met ingebouwde spots"! Maar niets is minder zeker voor de toekomst.

Online magazine van Mine

Emakina heeft een online versie gerealiseerd van het Mine magazine van Fortis waarmee de bank zich richt tot jongeren. Mine Mag bevat ondermeer (video)interviews, toeristische tips en zo meer. Knap uitgewerkt. De online versie is te bekijken op deze link:
http://www.mine.be/nl/minemag/

woensdag 24 oktober 2007

Koudwatervrees remt mobiele marketing

Auteur: Danny Lein, mede-oprichter en gedelegeerd bestuurder van MobileWeb.be, een Belgische leverancier van SMS, MMS en Mobiel Internet oplossingen.

Mobiele marketing biedt aan adverteerders enorme mogelijkheden: personalisatie, groot bereik, interactiviteit, ... De verwachtingen zijn reeds jaren hooggespannen, en de groeivooruitzichten van gereputeerde bureaus zijn zeer rooskleurig. Toch lijkt deze markt in België niet snel van de grond te komen. Wat hapert er en wat moet er gebeuren om vaart te brengen in de ontwikkeling van deze markt?

Déjà vu
De huidige periode doet mij vaak terugdenken aan de beginjaren van het Internet (1998 – 2000). Toen was het Internet een beloftevol nieuw medium met nieuwe opportuniteiten voor adverteerders. De verwachtingen waren in de ‘hype’ jaren heel hoog gespannen, met heel veel enthousiasme zowel bij media, adverteerders en analysten. Toch is het Internet als volwaardig marketingmedium pas 7-8 jaar later doorgebroken. Uit deze periode vallen enkele belangrijke lessen te trekken.

Cases, cijfers en evangelisatie
Om mobiele marketing hoger op het menu te zetten bij de grotere adverteerders en media bureaus moet de sector dringend werk maken van volgende prioriteiten:

1. Cases: de sector moet samen met adverteerders cases uitwerken waarin mobiele marketing op effectieve manier geïntegreerd wordt in reclamecampagnes. De doelstelling moet op voorhand duidelijk zijn: investeren om samen te leren.
2. Cijfers: marketers en adverteerders zullen enkel overtuigd worden van de voordelen van mobiele marketing, als deze ook kunnen onderbouwd worden door stevig cijfermateriaal. Dit materiaal moet liefst in de taal van de adverteerders worden opgebouwd. De inspanningen die het IAB en InSites leveren bij de uitwerking van de BMB (Belgian Mobile Mapping) zijn onbetwistbaar belangrijke stappen in de goede richting.
3. Evangelisatie: adverteerders zijn in wezen vrij risico-averse managers. Om begrijpelijke redenen gaan ze concepten, die reeds jarenlang hun dienst hebben bewezen, niet snel omzwaaien. Om deze beslissingsnemers nieuwe ideeën aan te brengen is veel energie en evangelisatiekracht nodig. Een belangrijke voortrekkersrol is in dit kader weggelegd voor de telecomoperatoren.

Durf experimenteren!
Toch zullen cases, cijfers en evangelisatie niet volstaan. We hebben ook meer durf en zin voor experiment nodig bij adverteerders. Uit de vroege jaren van het Internet kunnen we vooral onthouden dat de beste resultaten op het vlak van impact en effectiviteit behaald werden door de ‘early adopters’. Daar waar de clickthrough rate op banner campagnes vandaag nauwelijks 0,1% bedraagt, lag deze bijvoorbeeld voor de eerste campagnes steevast boven de 3%! De eer, het zweet en ... de resultaten komen toe aan die spelers die hun koudwatervrees het snelst zullen overwinnen.

Bedrijven hebben geen benul hoe te adverteren op online community

Bedrijven zijn weinig creatief bij het prikkelen van bezoekers van online communities en lopen daardoor klanten mis. Dat concludeert MarketResponse op basis van grootschalig onderzoek.

Hoewel er over de effectiviteit en potentie van dergelijke gemeenschappen de nodige scepsis bestaat, is het een gegeven dat nogal wat bedrijven via deze online communities hun producten promoten.

De consument lijkt in elk geval nauwelijks onder de indruk van de bedrijfsreclames. MarketResponse vroeg 2.300 consumenten naar de toegevoegde waarde van de adverteerders. Resultaat: 16 procent van de respondenten vindt dat de aanwezigheid van bedrijven op online communities toegevoegde waarde biedt en slechts een op de vijf besteedt überhaupt aandacht aan deze bedrijven.

Volgens Berlinda Harkink, communicatie- expert van MarketResponse zit het probleem erin dat bedrijven nog steeds op de klassieke manier hun producten adverteren. ‘Ondernemingen waren er als de kippen bij om te adverteren op online community, want stel je voor dat ze de boot zouden missen, maar ondertussen hadden ze er geen flauw benul van hoe ze op een interactieve community te werk moesten gaan. En dus draaien ze nogal standaard hun verhaal af. Ze beseffen onvoldoende dat online communities interactief zijn en dat je op een dergelijk podium dus een interactieve strategie moet ontwikkelen wil je de bezoeker prikkelen.’

Harkink: ‘Bedrijven zouden veel voordeel behalen als ze bezoekers op specifieke communities als ervaringsdeskundigen gaan behandelen. Het toont aan dat je hun mening waardeert. Een andere mogelijkheid is dat ondernemingen opinieleiders binnen communities belonen met bepaalde privileges, zoals het recht om als eerste een nieuw product uit te proberen. Daarmee promoot je immers ook mond-tot-mond reclame of beter gezegd: muis-tot-muis reclame.

maandag 24 september 2007

Virale marketing slaat de bal vaak mis

Brengt virale marketing de boodschap naar de massa? Jupiter Research stelt terecht deze vraag want ondanks het succes van YouTube, MySpace en aanverwanten slagen de meeste virale marketing campagnes er niet in een valabel publiek te bereiken.

Het voorbije jaar slaagde slechts 15 procent van de virale campagnes er in om gebruikers te bewegen de boodschap van het bedrijf te promoten, zo blijkt uit de analyse van Jupiter Research. Dat kwam vooral omat de verkeerde techniek werd toegepast.

De meest populaire techniek bestaat er in om de boodschap eerst naar zogenaamde ‘influentials’ te sturen. Maar daar stopt het verhaal vaak. Jupiter stelde vast dat marketeers die gebruik maken van virale marketing van plan zijn om hun boodschappen gericht op consumenten die anderen beïnvloeden met 55 procent terug te schroeven. Verschillende ‘influential groups’ reageren anders op advertentie campagnes en beïnvloeden anderen op heel verschillende wijze, zo stelden de onderzoekers vast.

Relatief oudere online gebruikers hebben meer de neiging om marketing boodschappen te forwarden dan jongere gebruikers. Jongeren bezoeken sociale sites waar viral marketing boodschappen worden rondgestrooid. Oudere gebruikers gebruikten significant meer e-mail en zijn af en toe in voor online video. De ouder gebruikers mogen bij virale campagnes niet over het hoofd gezien worden, adviseert Jupiter Research. Want zij vormen het traditionele doelpubliek voor merken en producten.

Sociale netwerking sites houden ook gevaren in, wanneer de marketeer het publiek van deze site niet voldoende kent en niet op de juiste manier benaderd, is de kans reëel dat het merk meer mensen afstoot dan dat het er weet te winnen. Wie te hard zijn best doet om virale campagnes ingang te doen vinden komt vaak van een kale kermis thuis, aldus nog Jupiter Research.

woensdag 12 september 2007

Drie voordelen van een sterk internetmerk

Consumenten besteden meer tijd online dan aan welk ander marketingkanaal ook. De rol van marketeers en consumenten verandert hierdoor fundamenteel. Voor de meeste marketeers is de beste online strategie om de online ervaring te zien als kernonderdeel van wat het merk biedt. Het merk is niet het logo, de boodschap of wat u verkoopt. Het merk is hoe u uw klanten de kans tot interactie biedt en hoe u daarop reageert.

Loyaal merk
De rollen zijn omgedraaid: het gaat er niet om loyale klanten te kweken, het gaat erom een ‘loyaal merk’ te worden. Marketeers zouden daarbij drie soorten voordelen moeten opbouwen, die ze vervolgens beter moeten exploiteren dan concurrenten:
  • Assetvoordeel: continu bouwen aan community’s van klanten.
  • Schaalvoordeel: continu verzamelen, interpreteren en gebruiken van grote hoeveelheden digitale informatie over het publiek en de mediakanalen.
  • Procesvoordeel: het inschakelen van een netwerk van perspectieven en partners om baanbrekende programma’s te ontwikkelen. Grootse online ideeën kunnen immers alleen ontstaan uit teams zonder scheidslijnen tussen creatief, media, promotie en analyse.

donderdag 23 augustus 2007

YouTube start met 'controleerbare' reclame

YouTube start met reclame in een vorm waarover de gebruikers min of meer controle hebben. Eigenaar Google zet de reclamewereld weer voor uitdagingen.
Terwijl de internetgebruiker zijn YouTube-filmpje bekijkt, zal er na vijftien onderaan het scherm een overlay opduiken met een reclameboodschap. De gebruiker kan die wegklikken of negeren en dan verdwijnt de boodschap na tien seconden. De kijker kan ook klikken, en dan begint er een videoadvertentie te lopen. Als die afgelopen is, herneemt het filmpje waar het onderbroken is.
Google hoopt zo een formule gevonden te hebben waardoor de gebruiker het minst wordt geïrriteerd. De controle over de gebeurtenissen blijft immers bij de gebruiker liggen, zo is de redenering.Bij de lancering zullen de zowat duizend partners die nu een videokanaal hebben geopend aan de beurt komen. Zij mogen reclame maken voor hun diensten. Bedoeling is ook dat adverteerders hun advertentie kunnen boeken volgens datum, land of regio en profiel van de gebruiker. Adverteerders zullen 20 dollar per 1000 kliks betalen.
Deze start zal hoedanook een enorme expansie betekenen voor de videoadvertentiemarkt. e-Marketer schatte onlangs de groei van deze markt van 775 miljoen dollar in 2006 tot 4,3 miljard dollar in 2011. Met de 51 miljoen geregistreerde gebruikers van YouTube is een sterke groei van die sector zo al gegarandeerd.

donderdag 16 augustus 2007

Reclame via internet groeit explosief

Het internet wint razendsnel aan populariteit bij de Belgische adverteerders. In de eerste zes maanden van dit jaar gaven de gezamenlijke adverteerders 41,1 miljoen euro uit aan reclame op het internet. Dat is 131 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar.
Als dat groeitempo aanhoudt, overklast het internet volgend jaar de huis-aan-huisreclame. Absoluut blijven de reclame-uitgaven op het internet echter nog beperkt. Slechts 2,7 procent van de 1,5 miljard euro die in de eerste zes maanden van dit jaar in ons land aan reclame werd uitgegeven, gaat naar het internet.
De Amerikaanse fabrikant van consumentengoederen Procter & Gamble was met 37,6 miljoen euro de grootste individuele adverteerder.

Online pre-shoppers kopen meer offline

Eind juli kondigde het Amerikaanse comScore de resultaten aan van een gezamenlijk onderzoek met Yahoo naar de impact van online reclame op de in-store verkoop bij vijf grote Amerikaanse retailers.

Uit dat onderzoek blijkt dat de blootstelling aan online reclame het online ‘pre-shoppen’, als voorbereiding op een offline aankoop, verhoogt.

Die zogeheten online ‘pre-shoppers’, mensen die hun aankoop dus online voorbereiden, spendeerden gemiddeld 41 % meer bij de geanalyseerde retailers in vergelijking met consumenten die niet aan online reclame waren blootgesteld.

Yahoo verwijst naar andere onderzoeken die aantonen dat 89 % van de consumenten online informatie zoekt over producten maar dat minder van 7 % van de retailverkopen online gebeurt.

Of met andere woorden: wie de offline verkoop wil verhogen heeft een online reclame-opportuniteit om kopers naar zijn winkels te lokken.

donderdag 2 augustus 2007

Hoe ongrijpbare reclamemijders bereiken?

Microsoft Digital Advertising Solutions en mediabureau Starcom MediaVest Group hebben gezamenlijk een onderzoek gedaan naar hoe de ongrijpbare groep "reclamemijders" bereikt kan worden. Deze consumenten gebruiken verschillende methoden om merkenreclame te vermijden en worden daardoor vaak door adverteerders over het hoofd gezien. Dit onderzoek, gepresenteerd tijdens het Cannes International Advertising Festival, benoemt deze groep consumenten en geeft een aantal richtlijnen waarmee verkopers hen kunnen bereiken.

"We schrokken flink toen we ontdekten dat een derde van alle mensen in de leeftijdsgroep van 17-35 jaar zei geen aandacht aan reclame te schenken," aldus Kate Sirkin, directeur van de onderzoeksafdeling van Starcom. "Deze groep consumenten werd altijd gemeden vanwege hun ontoegankelijkheid. Hopelijk zal dit onderzoek ons helpen deze groep effectiever te bereiken."

Het segment van de reclamemijders bestaat uit consumenten van 17 tot 35 jaar die niet bepaald positief staan tegenover reclame-uitingen die zijn bedoeld om hen te beïnvloeden. In het onderzoek kwam naar voren dat deze groep in twee categorieën kan worden onderverdeeld: mensen die een aversie tegen merkenreclame hebben en mensen die er wisselend op reageren. De laatste groep vormt een passief marktsegment dat niet warm loopt voor reclame. Deze mensen zien liever helemaal geen reclame en zijn zeer moeilijk bereikbaar. De meer actieve groep, die bestaat uit mensen met een uitgesproken aversie tegen merkenreclame, stelt zich extremer op: zij weten precies wat ze willen.
Het onderzoek helpt vast te stellen hoe adverteerders met de groep onverschilligen in contact kunnen komen, en welke stappen genomen kunnen worden om de groep werkelijk te bereiken.

Enkele voorbeelden:

1. Kijk niet over de schouder van de consument mee. Verkopers moeten zich realiseren dat reclame de privé-sfeer van de consument binnendringt en meestal niet welkom is.

2. Houd er rekening mee dat een tegenprestatie wordt verwacht. Consumenten zullen de boodschap van een adverteerder sneller accepteren als hun investering in tijd wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld door een onderhoudend filmpje.

3. Zorg voor een welkome verrassing. Consumenten vinden het leuk om opmerkelijke, relevante of bruikbare informatie op een onverwachte plaats te vinden.

4. Niet forceren. Geef mensen met een aversie tegen reclame de ruimte om zich een merk “eigen” te maken. Ze willen het merk aan hun persoonlijke smaak aanpassen, vormen en bezitten.

5. Breng de boodschap duidelijk over. Het onderzoek liet zien dat de mensen met een aversie tegen reclame zich terdege realiseerden dat het veel moeite kost om interessante en onderhoudende reclame te maken.

Europese online evoluties

Forrester heeft onder de noemer ‘European Online Marketing Tops €16 Billion In 2012’ een rapport gepubliceerd waarin het zijn licht werpt op de evoluties inzake de online marketingbestedingen en –trends in Europa.

Uit het obligate cijferwerk onthouden we dat Forrester verwacht dat de bestedingen inzake online marketing (e-mail + search + display advertising) tegen 2012 zullen meer dan verdubbelen in vergelijking met 2006 (van 7,5 naar meer dan 16 miljard euro). Forrester verwacht dat tegen dan de online marketingbestedingen 18 % zullen uitmaken van de totale mediabestedingen.

Interessanter dan de cijfertjes zijn de evoluties en natuurlijk de redenen van die blijvende groei. Forrester vroeg het aan de marketeers zelf. En uit die bevraging blijkt dat marketeers eenvoudigweg beginnen te doen waar de sector al jaren op wijst: het gedrag van de consument volgen. En die vertoeft gemiddeld steeds meer online. Zo simpel is dat.

Forrester staaft die evoluties door bijvoorbeeld te stellen dat 36% van bevraagde Europese consumenten beweren dat ze minder TV kijken vanwege meer online. En door met harde data te wijzen op wat Forrester de ‘erosie’ van de verschillende soorten reclame noemt. Zo stelt Forrester dat 67 % van de online consumenten niet gelooft dat adverteerders de waarheid vertellen in reclame. Wat ons eerder doet afvragen waarom de rest dat in hemelsnaam wel doet maar we wijken weer af.

Verder lezen we dat 34 % van de online consumenten geen bezwaar tegen reclame heeft als die aan hun interessesfeer appeleert. 40% vertrouwt prijsvergelijkingssites en 36% stelt zijn vertrouwen in ‘peer’ besprekingen: de opinie van andere consumenten dus. Het is natuurlijk koren op de molen van het pleidooi voor een meer gepersonaliseerde, authentieke en participatieve aanpak met thema’s als WOM en blogs hoog in het vaandel.

Of met andere woorden: meer online doen betekent niet noodzakelijk meer budgetten naar display ads verschuiven maar ook al eens gaan kijken naar de manieren om conversaties, met excuses voor de term, aan te wakkeren met en tussen mensen van vlees en bloed (zij het dan virtueel).

MySpace: minder aantrekkingskracht op jonge surfers?

Time stelt ernstige vragen bij de evolutie van MySpace in zijn jaaroverzicht van beste en slechtste sites (en online platformen). Maar er zijn ook meer gefundeerde tekenen aan de wand dat MySpace niet echt in optimale vorm is.

Zo lezen we op MarketingVox een artikel waarin op basis van cijfers van comScore wordt vastgesteld dat MySpace minder populair wordt bij een deel van zijn kerndoelgroep, de jongere surfers.

Zo zou het aantal Amerikaanse surfers, jonger dan 18, over het afgelopen jaar afgenomen zijn met om en bij 30%.

Concurrent Facebook, die vooralsnog achter MySpace bengelt maar de laatste tijd opvallend veel positieve pers krijgt, zag zijn bezoekersaantal in dat segment dan weer stijgen met een factor 2,5.

Al moeten we nuanceren: in absolute cijfers groeiden beide communities.

Mobiel internet: wachten op de echte nuttigheid

Toon Lowette - Telefoneren van waar dan ook vinden we best nuttig. Maar voor we de factuur betalen van mobiel internet, willen we dat ook nuttig vinden. Zakelijk geen probleem, maar het grote geld wacht bij het grote publiek. Ooit.

In zijn jaaroverzicht heeft mobiele operator Base ietwat pessimistische geluiden laten horen over de mobiele telefoonmarkt. Die zit nogal vol. Bijna iedereen heeft een mobiele telefoon, en het gebruik daarvan stijgt niet echt meer, wat wil zeggen dat we met zijn allen zoveel telefoneren als we nodig vinden. De drie operatoren, Proximus, Mobistar en Base (in volgorde van omzet) kunnen niet echt meer groeien inzake mobiele spraaktelefonie, en dat merken we ook aan de reclame, die er vooral op gericht is mekaar vliegen af te vangen.

Nuttig in Japan
Groei zou er wel moeten zitten in mobiel internet. Maar dat valt wat tegen. Er zijn voorlopig nog zeer weinig mensen die dat echt gebruiken. Zakelijke gebruikers vooral, mensen die voor de uitoefening van hun beroep het internet nodig hebben in de hemel en op alle plaatsen. Ondergetekende gebruikt het ook, zij het niet op de gsm, maar op de portable computer. En ondergetekende kan u bevestigen dat als het niet voor het werk was, hij de (zelfs zeer redelijke kost van) 20 euro per maand niet zou betalen. Ondergetekende heeft voor privédoeleinden immers internet genoeg.

Base weet waarover het praat. Drie, misschien al vier jaar geleden bood de operator als dochterbedrijf van KPN al iMode aan, een eerste versie van mobiel internet, waarover je nu nog weinig hoort. iMode is een geheel van informatie- en entertainmentdiensten die op de mobiele telefoon bruikbaar zijn, tegen een meerkost op de gesprekken, natuurlijk. Dat is voor Base nooit een succes geworden, net zomin als in Nederland en Duitsland waar KPN het ook lanceerde, en in Frankrijk waar Bouygues iMode uitbaatte. Alleen in Japan was iMode een gigantisch succes.

Succes en nuttigheid
En daar wringt al een schoentje. Niet automatisch is wat elders een succes is, dat hier ook. Niet automatisch is wat de netwerkingenieurs en de dienstenontwerpers aanbieden, een succes.
Er is ook zoiets als nuttigheid. De gebruiker van gelijk welke internetdienst (of welke dienst dan ook) moet overtuigd zijn van de nuttigheid voor hij hem wil en zal gebruiken. Mobiel of niet.
Mobiel telefoneren heeft een evidente nuttigheid, en daar willen we met zijn allen nog altijd veel geld voor betalen. Mobiel internet is al veel minder evident qua nuttigheid. En daar betalen we dus niet zo gauw voor.

Wat zal de trigger worden? Betere telefoontoestellen? Goede diensten? E-mailbehoefte op gelijk welke locatie? Als het antwoord eenduidig was, hoefden Base of Mobistar of Proximus zich niet zo ongerust te maken. Ik maak me niet ongerust: als ik een nuttige dienst tegenkom, herken ik hem wel, en als het dan betaalbaar is, koop ik hem. En met mij waarschijnlijk een paar miljoen anderen, waaronder u.

Web design is design van woorden

Gerry McGovern - Bij design van fysieke producten is het gebruik van woorden vaak gezien als een teken van zwakte van het design. Bij web design, daarentegen, is er zonder woorden geen design.

“Als een bepaald design afhankelijk is van labels [woorden], dan is het misschien fout,” schrijft Donald Norman zijn zijn book The Design of Everyday Things. “Labels zijn belangrijk en soms nodig, maar het correcte gebruik van natuurlijke aanwijzingen kan de nood eraan minimaliseren. Als er een label nodig lijkt, kijk dan uit naar een ander ontwerp.”
Een deurklink ziet er uit als iets dat je kan vastgrijpen. Een stoek lijkt op iets waarop je kan gan zitten. Een glas lijkt op iets dat je kan vasthouden.
Een deur heeft geen label nodig dat zegt: “Grijp hier vast”. Een stoel heeft geen label nodig met “Zit hier”. Een glas heeft geen label nodig “Houd hier vast”. We hoeven maar te kijken naar deze objecten om te weten wat te doen.

Hoe ziet een website eruit? Meer specifiek, hoe zou een website eruit zien als je alle woorden zou wegnemen? Of anders gezegd: hoe zou uw website werken alsje al zijn woorden zou weghalen?

Weten waarover een website gaat
Je kan een website niet aanraken, knijpen, grijpen, errond wandelen, groter (of kleiner) maken. Eigenlijk krijg je bijna geen hoogte van het gebruik van een website door ernaar te kijken. (Het is alleen maar weer een website met een ontwerp van drie kolommen, lachende gezichten en foto's van gebouwen.)
We verstaan het gebruik van een website door hem te lezen. We lezen de labels, de indeling, de knoppen, en andere stukken tekst. Zo weten we waar een website over gaat. En zo weten we wat we er zodadelijk mee kunen doen.
“Gebruiksvriendelijkheid (usability) wordt vaak niet als een criterium beschouwd tijdens het aankoopproces,” stelt Norman verder in zijn uitstekend boek. “Bovendien, tenzij je echt een aantal onderdelen in een realistische omgeving test door typische taken uit te voeren, is het onwaarschijnlijk dat je het gebruiksgemak of de moeilijkheid bemerkt. Als je er alleen maar naar kijkt, lijkt het eenvoudig genoeg en lijkt het geheel van buitengewone toevoegingen echt wel een aanwinst.”

De gebruiksvriendelijkheid van de winkel
Onlangs kocht ik een nieuw tv-toestel. De gebruiksvriendelijkheid van de tv zelf was geen probleem. Ik heb het toestel zelfs niet aangezet. De gebruiksvriendelijkheid van de winkel daarentegen was heel belangrijk. In een winkel vond ik de tv die ik wilde. En ik wachtte op iemand die mij hielp hem te kopen.
Toen die persoon bij mij was, vertelde hij mij dat het toestel niet op voorraad was, maar dat ik het kon bestellen. Hij zei me ook dat hij niet de bestelling kon opnemen, en dat ik op iemand anders moest wachten. Ik heb nog wat gewacht, en dan ben ik de winkel uitgegaan. Het toestel dat ik uiteindelijk kocht was de helft duurder maar ze lieten mij niet wachten en het was op voorraad.

Design op zijn kop
Op het web moet je de website gebruiken voor je bij het product of de dienst van de organisatie in kwestie aanbelandt. Wat je daarbij gebruikt, zijn in essentie woorden. Woorden kunnen je doen wachten of jouw zoektocht doen versnellen. Woorden kunnen je verwarren of een antwoord zijn op je vragen.
Een websitedesigner is een woordendesigner. De gebruiksvriendelijkheid van een website is de voornaamste meter van het succes.
Het web draait het traditionele design op zijn kop. Want alles wordt opgebouwd vanop woorden.

Second mode-life

Niets is gemakkelijker dan met een muisklik je kleerkast aanvullen. Alle merken of winkelketens hebben immers een eigen website. Maar dacht je dat je het pashokje kon ontlopen? Op de site van H&M kun je kleren passen in een virtuele kleedkamer.

Zowel mannen als vrouwen kunnen zich naar hartelust de hele collectie aanmeten. Ook een groot deel van accessoires kun je op een model uitproberen. En dan nog wel een model dat je zelf creëert en steeds opnieuw gebruikt. Als je dat wenst kun je van je model je evenbeeld maken, of het alleszins in de buurt van jezelf laten komen: huidskleur, haarkleur, kapsel, lichaamsvorm en gezicht kun je aanpassen zoals jij dat wilt.

H&M-website.

De beste websites zijn nuttig en lelijk

Een artikel van webcontent goeroe Gerry McGovern:

Functionaliteit en nuttigheid zijn ontzettend veel belangrijker voor het succes van uw website dan hoe mooi en elegant hij er uitziet.

De eerste keer dat ik de Grand Canyon zag, was werkelijk een gedenkwaardige ervaring. De diepte, de afstand en de vage regenboog van kleuren leken in niets op wat ik al ooit gezien had. De grote Colorado River leek op een schoenveter daar ver beneden.
We reden een hele dag langs de Grand Canyon en dan verderop naar het even magnifieke landschap van Utah. Tegelijkertijd met de onwereldse schoonheid viel me evenwel de armoede op die de Canyon omringde.
Hij mag dan al betoverend mooi zijn, de Grand Canyon is geen plezierige plek om te leven. Dat is wel zeker, het zou een hard leven zijn, mocht je daar beneden in het midden van de Canyon wonen. En met de steile rotsen en ontoegankelijkheid kan je je moeilijk voorstellen hoe een stad van de omvang van New York zich daar zou kunnen ontwikkelen.

Lelijk maar goed
Wat wij het mooiste vinden zijn vaak de minst bruikbare dingen in de praktische en functionele betekenis. De Everest is mooi. Goud, juwelen en diamanten ringen zijn mooi. Zouden sommige dingen mooier worden als ze praktische bruikbaarheid verliezen?
Er bestaat geen twijfel over dat design en ontwerp de dingen soms mooi en functioneel tegelijkertijd kan maken. Maar voor andere designuitdagingen is het zo dat hoe mooier het design, hoe minder functioneel en gebruiksvriendelijk het wordt. En dit is zeker waar voor websites.

Ryanair, eBay, Amazon, Google, Craig's List, My Space en YouTube zijn lelijke websites. Ze zijn tegelijk ook onvoorstelbaar succesvolle websites. Als ik aan mijn publiek de Ryanair website toon, dan wordt er hoorbaar naar adem gehapt. Ik zie mensen terugdeinzen door de pure lelijkheid. En toch vervoerde Ryanair vorig jaar 42 miljoen passagier, en de overgrote meerderheid daarvan boekte zijn vlucht via ryanair.com.

Het grijzetekstsyndroom
Hebt u ook gemerkt dat het web grijs wordt? Er is een sterke groei van het grijzetekstsyndroom, vooral in blogs. Web design trapt voluit in de val van meer zorg voor hoe een pagina oogt dan voor hoe ze leest.
Weinigen zullen betwisten dat het moeilijker is tekst te lezen op een scherm dan op papier. De meesten zullen het ermee eens zijn dat zwarte tekst op een net-niet-witte achtergrond het makkelijkst leest. En er is iets voor te zeggen dat de lettergrootte voor webpagina's licht groter moet zijn dan voor een gedrukte pagina.
Wel, waarom gebruiken meer en meer websites vandaag de dag dan kleine lettertypes en grijze tekst? Het antwoord is eenvoudig: kleine letters en grijze tekst zien er leuker uit. Zij gaan beter op in het design van de pagina. Zij zijn eleganter en een streling voor het oog.

Opvallen om te lezen
Het probleem met grotere letters en zwarte tekst is dat ze opvallen. Ze domineren de pagina. En dat is precies wat ze beter leesbaar maakt. Zwarte tekst in grote korpsen springt uit de achtergrond. Als ik mensen naar hun directe instinctieve reactie op een website zoals Ryanair vraag, dan zeggen ze vaak meteen dat die lelijk is. Als je de meeste mensen vraagt naar hun opinie over succesvolle websites, dan zullen ze waarschijnlijk ook zeggen dat ze er niet uitzien.

Feit is dat we geen tijd spenderen aan kijken naar websites. We spenderen tijd aan websites lezen en gebruiken. Er zijn drie kenmerken die goede web design moet hebben: nuttigheid, nuttigheid en nuttigheid.

maandag 16 juli 2007

PromoControl cijfermateriaal



Nuttig cijfermateriaal en interessante weetjes over promoties en redempties vind je op de website van Promocontrol via deze link

donderdag 12 juli 2007

De Lego-manager

Bedrijven kunnen heel wat leren van het spelen met Legoblokjes. Zowel PriceWaterhouseCoopers als Google zadelen hun kandidaten tegenwoordig op met een ongewone opdracht. PWC vraagt hen een zo hoog en stevig mogelijke toren te bouwen met het minste aantal blokjes; Google vraagt potentiële werknemers een zo sterk mogelijke brug in elkaar te knutselen. Beide bedrijven willen de boodschap overbrengen dat ze een creatieve, amusante werkomgeving bieden.

Lego heeft ondertussen een nieuwe markt aangeboord met het 'Serious Play'-programma. In niet minder dan 25 landen werden in dat verband reeds professionele Lego consultants aangesteld. De vraag naar de $ 7.000 kostende tweedaagse workshop is dan ook 'booming'. Volgens François De Boissezon van het Brusselse adviesbureau Imagics, zijn het vooral bedrijven die in een crisissituatie verkeren, door een bedrijfsschandaal worden geteisterd of in een overnameproces gekneld zitten, die receptief zijn voor de Lego-boodschap.

Toch zijn de resultaten vaak gênant. Eén van de oefeningen bestaat erin om de manager die het meest wordt gehaat te modelleren. Een CEO werd voorgesteld als zijnde zo dik, dat hij de gangen blokkeerde, een verwijzing naar de manier waarop hij ook de wegen binnen het bedrijf verspert.

Lego-workshops zijn erg efficiënt. Kinderspelletjes brengen immers al gauw een instinctief gedrag aan de oppervlakte, meestal amper gehinderd door bewust nadenken. Resultaat daarvan zijn vaak een aantal 'Aha'-momenten: een perfectionist die de absurditeit ontdekt van een alles behalve perfecte Lego-constructie; een bedrijfsleider die zijn hoofdkwartier bouwt in de vorm van een versterkte burcht of een autoritaire baas die zijn collega's voorstelt als soldaten in een oorlogstafereel.

Zelfs op kantoor bewijst Lego nu haar nut. http://www.seriousplay.com/

dinsdag 10 juli 2007

Beste websites volgens Time

Het Amerikaanse magazine Time heeft naar goede gewoonte een lijstje met ‘beste’ websites gepubliceerd. Aangename zomerlectuur, plezant voor wie graag eens een nieuwe site wil leren kennen maar ook een barometer van de internetactualiteit – met enkele opmerkelijke resultaten. Enkele namen in de Top 50: Netvibes, Twitter en INGDirect.

Je kan hieronder zelf het lijstje verder ontdekken. Kijk ook eens naar de kleine subsectie van het dossier: de 5 slechtste websites (‘sites to avoid’). Daar staan namelijk twee opmerkelijke namen bij…

Een eerste die in dat lijstje opviel is MySpace.com. Argumentatie van Time: slecht design maar vooral te veel marketeers en opportunisten van allerlei slag hebben zich onder het MySpace volkje gemengd…

De tweede die de aandacht trok in Time’s lijstje met te mijden sites: Second Life…

Alle sites (en argumentaties) via deze link.

Welke marketing 2.0 na de 360° hype?

Binnen 10 jaar zullen de eerlijke merken de markt controleren. Het zijn de merken die luisteren naar het individu en een rol spelen in de wereld van mannen en vrouwen.

Tijdens de jongste Midi du Marketing hield Bruno Liesse, directeur Deepblue, een pleidooi voor de een echte dialoog met de consument doorheen een aantal contactpunten. Het merk moet de consument betrekken doorheen zijn ervaringen met de producten. De tevredenheid van de consument is de ultieme doelstelling. De echte vragen gaan over de effectiviteit van reclame: welke kanalen kiezen, welke content, welke tone of voice..? Met welk pragmatisme ontwikkelt men campagnes en andere acties? Wat begrijpt en onthoudt de consument van al die communicatie? En in welke mate beïnvloeden de verschillende kostbare inspanningen de verkoop en het imago van het merk?
Liesse pleit voor concrete regels om een geïntegreerd communicatieplan te kunnen implementeren. Verbeter het inzicht in de consument en in de marketingvariabelen. Verruim de mix aan communicatiemiddelen afgestemd op verschillende doelgroepen. Integreer verschillende marketingmiddelen in het kader van een holistische strategie. Evalueer de effectiviteit en de return van de acties. Liesse roept op om de stap te zetten ‘from lies to life’. De aandacht moet gaan naar de observatie van het leven van de consument. Hij pleit voor een heldere communicatie in de vorm van korte, goed doordachte boodschappen.

woensdag 27 juni 2007

Y-generatie ontwikkelt nieuw luisterpatroon

Volgens een nieuw rapport van Bridge Ratings heeft de zogenaamde Y-generatie, jongeren geboren tussen 1980 en 1993, een nieuw luisterpatroon ontwikkeld.

Zij lopen rond met oordopjes en luisteren bij voorkeur naar hun MP3 speler, zowel in de stad als op school of op het werk. Deze houding is zo manifest dat zij ook hun manier van omgaan met anderen beïnvloedt. Wanneer de traditionele media niet inspelen op de smaak en de behoeften van de 14 tot 27 jarigen, zullen zij hun greep op deze groep steeds verder verliezen, aldus het rapport. In 2003 luisterde nog bijna 90 procent van de Y-generatie naar traditionele AM en FM radio maar volgens dit onderzoek zal tegen 2020 dit aandeel tot 40 procent gedaald zijn. Traditionele radio had in het verleden sterke troeven om de jongeren aan zich te binden, vooral de eenvoud bij het gebruik en de programma formats afgestemd op de doelgroep gaven de doorslag, naast beschikbaarheid in de auto en het lokale karakter.
Maar vandaag heeft de traditionele radio niet langer de exclusiviteit op deze elementen, de nieuwe media en de mobiele opties trekken het laken naar zich toe. De eenvoud in gebruik is nog wel een dominant gegeven, omdat podcasts heel wat manipulatie vragen en mp3 in de auto nog niet veralgemeend is, weet de ‘druk op de knop’-radio zijn positie nog deels te handhaven. Bij de mediaconsumptie van de Y-generatie noteerde Brdige Ratings een sterke terugval van het tv-kijken, van 4 uur in 2001 tot 2 uur 25 minuten in 2006. Die tijd wordt opgeslorpt door internet, mp3 spelers en mobiele telefoon. Vaak wordt nog tv gekeken, maar dan zonder klank, dat is een onderdeel van het simultaan gebruik van meerdere media. Chatten, mailen, radio en muziek beluisteren, computergebruik, surfen, tv kijken… tal van media worden tegelijkertijd gebruikt.

http://www.bridgeratings.com/

User-generated content, lucratief gegeven

‘User-generated Content’ blijkt een lucratief gegeven te zijn voor de uitgevers die zich in dit domein ‘incontournable’ weten te maken. Volgens een studie van eMarketer zouden deze sites dit jaar in de Verenigde Staten reeds 1 miljard dollar genereren en dit bedrag zou meer dan verviervoudigen tegen 2011.

Het zijn vooral de sites die aan de basis liggen van dit fenomeen die hier beter zullen van worden, zoals YouTube, MySpace, Facebook, Photobucket en anderen. Wereldwijd zou user-generated content in 2007 een advertentie omzet van 1,6 miljard opleveren en 8,2 miljard dollar in 2011.
De tijden dat de mediagiganten de controle over de creatie en distributie van content in handen hadden behoren definitief tot het verleden, stellen de analisten van eMarketer in hun rapport “User-Generated Content: Will Web 2.0 Pay Its Way?”. De consumenten krijgen de touwtjes in handen, niet alleen zullen zij bepalen hoe en wanneer zij de media gebruiken, zij zullen ook de inhoud bepalen.
User-generated content is geen nieuw fenomeen, graffiti, speaker corners en vooral home video programma’s waren lang voor het internet populair. Het verschil is echter dat het internet de creatie en distributie gedemocratiseerd heeft. Iedereen met een computer met internettoegang beschikt over de mogelijkheid om een massapubliek te bereiken. In 2006 zouden 64 miljoen burgers hebben bijgedragen aan de inhoud die online te vinden is en tegen 2011 worden dat net geen 100 miljoen burgers, aldus eMarketer.
Momenteel domineert de VS nog de toelevering van online content, maar andere regio’s laten zich niet onbetuigd, tegen 2011 zouden wereldwijd 238 miljoen internetgebruikers online inhoud aanleveren, een verdubbeling in vergelijking met de 118 miljoen in 2006.

dinsdag 26 juni 2007

Joost in de huiskamer

Joost, aanbieder van gratis televisie via het internet, is nog niet eens officieel van start gegaan, of het bedrijf denkt alweer aan de volgende stap. Joost wil de huiskamer in, onder meer door integratie van de Joost-videosoftware in settop-boxen.

De toonaangevende videodiensten op het internet lijken een voor een tot het besef te komen dat de meeste mensen liever tv kijken vanuit hun luie zetel dan vanachter hun computerscherm. En dus zullen ze ook die markt moeten bedienen, willen ze een miljoenenpubliek kunnen bereiken. Enkele weken geleden wist YouTube al een deal te sluiten met Apple, waardoor bezitters van een Apple TV de filmpjes van YouTube voortaan ook kunnen afspelen via hun televisie. Concurrent Joost wil de boot niet missen en voert achter de schermen gesprekken met hardwarefabrikanten om hun programma te integreren in settop-boxen. Of ook met Apple wordt gesproken is niet duidelijk.

De ambities van Joost reiken overigens verder dan de huiskamer. Mike Volpi, de nieuwe CEO, stelt dat Joost een stukje software is dat in principe ook ingebakken kan worden in mobiele telefoons en andere toestellen. Op dit moment verkeert Joost nog in een publieke bètafase. Verwacht wordt dat de dienst binnen nu en enkele weken officieel gelanceerd wordt.

http://www.joost.com

Online netwerken

Het handige van LinkedIn.com is dat u via via (vrienden, collega's) makkelijk in contact kan komen met mensen die u niet rechtstreeks kent, maar die u op een dag wel eens nodig kunt hebben. Alleen, hoé goed de banden zijn tussen uw collega en zijn kennis, dat maakt LinkedIn niet duidelijk. Concurrent Visible Path doet dat wel.

LinkedIn gooit al uw contacten (en hun contacten) als het ware op één hoop, waardoor het niet meer te achterhalen is hoe close bepaalde mensen met elkaar zijn. En dus is de kans reëel dat u op een bepaald moment iemand contacteert die - zelfs voor uw collega die als tussenpersoon fungeert - zo goed als een wildvreemde is. Terwijl het juist de bedoeling is dat er wél een goede band bestaat tussen alle schakels in de ketting. Dan kunt u tenminste écht aankloppen voor een gunst (of die droombaan) bij de persoon aan de andere kant van het netwerk.

Visible Path brengt de kwaliteit van de contacten zoals gezegd wél in kaart. De dienst doet dat onder meer via een plug-in voor Microsoft Outlook, die precies bijhoudt hoe intensief u met welke contactpersonen mailt, en ook hoe vaak er afspraken met die mensen in uw Outlook Agenda staan. Dat zegt volgens de bedenkers veel over de band tussen twee personen. Visible Path is nog bèta, maar op termijn wil de dienst zelfs rekening gaan houden met telefoon- en instant messenger-gesprekken om de intensiteit van relaties vast te stellen. Absoluut het proberen waard, al is Visible Path in deze opstartfase officieel alleen toegankelijk voor een beperkt aantal bedrijven. Maar wie zich desondanks toch inschrijft, zo stelden we vast, krijgt na enkele weken (per mail) ook gewoon toestemming om de dienst te gebruiken.

http://www.visiblepath.com

Twiigs poll

Zou u écht switchen naar een andere operator om een iPhone te kunnen bemachtigen? Welke Star Wars-film was nu eigenlijk de beste? Waar hebben medewerkers meer behoefte aan op hun werk? Het maakt niet uit met welke vraag u zit, op Twiigs.com kunt u er een poll rond opzetten waarna de hele wereld z'n mening over de kwestie kan geven.

Leuke concept, dat Twiigs.com. Leuk om te lezen wat anderen zich zoal afvragen (en hoe daar op gereageerd wordt), maar natuurlijk vooral een handige tool om eigenhandig een of meerdere stellingen aan een (enorm) groot publiek voor te leggen. Registreren is gratis, en vanaf dan kunt u de internetgemeenschap werkelijk het hemd van het lijf vragen waarbij u zelf bepaalt na hoeveel dagen de opiniepeiling afloopt. De polls zijn verdeeld over ruim twintig categorieën, maar u kunt ook meteen de recentste of meest populaire polls opvragen.

De antwoorden op bovenstaande vragen zijn overigens: 1) Ja, 41% verandert van operator voor een iPhone (32% niet, 25% twijfelt), 2) Episode V - The Empire Strikes Back is de beste Star Wars-film, en 3) Medewerkers willen vooral meer geld voor hun inspanningen (gevolgd door 'meer vakantie' en 'interessantere projecten').

En nog een voorbeeldje:

dinsdag 19 juni 2007

Second Life is een flop

Second Life is een online rollenspel waarin de speler een tweede leven leidt. Je kan er je eigen figuurtje (of avatar) ontwerpen en ermee rondwandelen in een virtuele wereld, en zo andere deelnemers ontmoeten, een huis bouwen, een bedrijf opstarten, aandelen verhandelen en zelfs trouwen. Het concept heeft haar mede- en tegenstanders, maar laat weinig mensen neutraal.

Op Second Life is er een virtuele economie waar de spelers geld kunnen verdienen. Zij doen dit door virtuele elementen te ontwerpen en te verkopen aan andere gebruikers, of door diensten te leveren aan de andere spelers. De verdiende 'Linden dollars' (het virtuele geld in Second Life) kunnen zij inwisselen in echte dollars op de website. Ondertussen kent de site haar eerste miljonair. De Chinese A. Chung, investeerde 10 cent en kocht virtuele grond, die ze verder ontwikkelde en verkocht of verhuurde. Haar imperium is sindsdien uitgegroeid tot een grote onderneming. Zij bezit er immers 36 km2 grond, verschillende winkelcentra en een omvangrijke aandelenportefeuille.

SL wordt vandaag vaak als reclamestunt misbruikt. Om de haverklap kondigen bedrijven of politici aan dat ze er ook aanwezig zijn. Een tweede kritiek op Second Life is de toegevoegde waarde van de site voor de gebruiker. Heel wat bezoekers lopen er verloren en stellen zich de vraag wat ze er precies mee moeten aanvangen.

De hype rond Second Life is echter fel overroepen. Linden Labs, de maker van Second Life, heeft voor het eerst cijfers gepubliceerd over het werkelijke aantal actieve gebruikers van deze virtuele wereld. En die vallen tegen. In totaal zijn er niet meet dan 6.330 actieve Belgische Second Life-gebruikers Eerdere schattingen in verschillende media gingen uit van meer dan 50.000 actieve gebruikers. België staat hiermee op de dertiende plaats van het aantal actieve gebruikers. In totaal zijn er wereldwijd 507.000 actieve gebruikers van Second Life. Een actieve gebruiker is een inwoner van Second Life die in een maand meer dan een uur was ingelogd . De cijfers die Linden Labs nu bekendmaakt, gaan over de maand mei . Amerika staat met 130.000 actieve gebruikers op de eerste plaats, gevolgd door Duitsland en Frankrijk. Zij wisselden in mei samen 6,8 miljoen Amerikaanse dollars in voor Linden-dollars, de munteenheid waarmee je in Second Life kunt betalen. Volgens de statistieken in mei was de totale omzet in echte Amerikaanse dollars nog net geen half miljoen: een besteding van iets minder dan een dollar per actieve gebruiker per maand.

Maar zou Second Life aan de basis kunnen liggen van een nieuwe (culturele) revolutie? Wat er bijzonder interessant aan is, is de interactie tussen de gebruikers. Toch een aangename ervaring. Stel u even voor dat u in de toekomst op elke website kunt communiceren met een avatar of een virtuele klantendienstmedewerker. U komt op een site (met uw eigen avatar) en een andere virtuele persoon verwelkomt u en begeleidt u tijdens uw bezoek van de site. Hij (of zij) opent nieuwe vensters, wijst u op de juiste hyperlinks, terwijl hij een gezellige chat (of video Skype) sessie met u heeft. Uw surfervaring wordt pas écht interactief, niet?

De mobiele telefoon in 2010

Online reclamebestedingen groeien met 64%

Volgens de IAB studie over de online reclamebestedingen 2006 (AdEx 2006) kenden de online reclamebestedingen in België in 2006 een groei van 64% ten opzichte van 2005, met een totaal bedrag van 72 miljoen Euro. Deze groei was eerder exponentieel, gaande van +49% in het eerste kwartaal van 2006 in vergelijking met dezelfde periode in 2005 tot +77% naar het einde van het jaar. 2007 belooft eveneens een voortreffelijk jaar te worden voor de wereld van de interactieve en digitale reclame.

De resultaten tonen aan dat Display Advertising (banners, buttons, skyscrapers, IMU’s, overlayers …) het meest gebruikte kanaal blijft met een aandeel van 79% van de totale investeringen. De daarop volgende formaten zijn Content Integration (8%) waarbij de adverteerder over een volledige rubriek van de website beschikt, en e-Mailing (7%).
Wel opletten: de verschillende in de studie voorgestelde formaten houden geen rekening met de cijfers van Google (Google geeft die niet vrij). De plaats van Keyword is hierdoor duidelijk ondergewaardeerd.

Portaalsites hebben een aandeel van 47% van de investeringen.
De meest gebruikte sites in België zijn de portaalsites. Zij vertegenwoordigen net niet de helft (47%) van de gemeten investeringen in 2006. Dit cijfer, dat toegenomen is in vergelijking met 2005, wordt verklaard door de komst van nieuwe adverteerders die de Internet media voor het eerst testen om met beperkte budgetten ruimere doelgroepen te bereiken.

De economische sectoren die het meest gebruik maken van online communicatie zijn de diensten (banken, verzekeringen, …) met 29% van de investeringen, gevolgd door de groep « cultuur, toerisme, vrije tijd, sport » (media, games, hotels, …) met 16%. De transportsector (auto industrie, luchtvervoer, …) staan op de 3e plaats (14%) net voor de telecomsector waarvan het relatief belang jaarlijks afneemt.

In 2006 hebben tal van adverteerders het Internet als nieuw communicatiemiddel getest. De studie toont aan dat het gemiddeld bestede budget voor deze testcampagnes 13 069 € bedraagt terwijl het gemiddeld budget van ‘echte’ campagnes 87 233 € bereikt. Het IAB verheugt zich over de in 2006 vastgestelde toename maar merkt op dat de door adverteerders aan het Internet bestede budgetten nog steeds veel lager liggen dan de aandacht die de consument aan het Internet geeft. Volgens EIAA neemt Internet immers 20% van de tijd van de consument in … volgens de Belgische studies is dit 1,6% (CIM MDB) tot 2,5% (IAB AdEx) van de mediabestedingen. Zelfs wanneer we het aan dit cijfer het deel gewijd aan de aankoop van keywords toevoegen, blijft het een duidelijke disproportie.

vrijdag 15 juni 2007

Advertising 2.0: de consument aan de macht

Enkele interessante inzichten, gehoord op de laatste IAB Academy:

De traditionele consument is hybride geworden, moeilijk te vangen. Aankoopbeslissingen worden zowat overal genomen. In het winkelpunt, maar ook op de website van de fabrikant of via reviews op internetforums, soms op internationale sites. Hoe moet je die consument vatten?

Historische flow: Vòòr de introductie van reclametechnieken was er mond tot mond reclame … aan de snelheid van het paard. Toen was er reclame op televisie, de kracht van massamedia, de magische verkoopformule was geboren! Maar, toen kwam het internet … en de nood aan een nieuwe formule.

In slechts 40 jaar tijd werden consumenten gebombardeerd met duizenden nieuwe mediakeuzes. Voor adverteerders wordt het steeds moeilijker om de doelgroep op een effectieve manier te bereiken.

De oude magische formule legt de nadruk op KWANTITEIT, een zo groot mogelijk bereik is cruciaal. Op de adoptie/innovatiecurve, betekent dit dat we ons met massamedia richten naar de grote middenmoot, de zogenaamde ‘early & late majority’.

In de nieuwe formule kijken we eerder naar de WAARDE van de consument. Die is erg groot bij de ‘innovators’ en ‘early adopters’ en neemt af bij de early & late majority.

Bij internet communicatie moeten we ons richten naar de eerste groep van innovators en early adopters. Zij zullen onze communicatie verzorgen, viraal. De meerderheid zal het van de vorige groep overnemen.

Bekijken we dit op de activatiepiramide dan zien we dat een kleine groep creators de boodschap lanceren, communicators verspreiden ze en receivers vangen de informatie op, maar doen er verder niets meer mee. De oude marketing communicatie richt zich op de receivers, de nieuwe communicatiemethode richt zich naar de creators en communicators.


Voegen we deze 2 grafieken in elkaar, dan onstaat een soort van voetbalstadion.

De brand lovers zitten duidelijk aan de linkerkant. Zij communiceren als eerste hun liefde voor een merk. De early adopters worden fan van het merk en verspreiden de boodschap naar een grote groep die neutraal staat ten opzichte van het merk. MAAR, de piramide werkt ook in de tegenovergestelde richting! Aan de rechterkant staan de brand haters. Zij haten een merk zo erg dat ze niet zullen nalaten er negatief over te communiceren. De sceptici pikken dit op en verspreiden de boodschap aan een grote groep neutralen.

Voor marketeers is de taak weggelegd om brand equity op te bouwen bij een groepje sterk betrokken brandlovers, opiniemakers motiveren om positief over je product te communiceren. De impact is niet voorspelbaar, noch positief noch negatief. Het komt erop aan om tijdig te weten te komen wat er over je product wordt gecommuniceerd en hierop een goed antwoord te formuleren.

McKinsey adviseert z’n klanten om 20% van het jaarlijkse marketingbudget NIET toe te wijzen, precies om speciale activiteiten en gebeurtenissen op te vangen. Het is gewoon een feit: consumenten nemen de macht over. Mond tot mond reclame is opieuw de regel, alleen niet langer met de snelheid van het paard maar met die van een raket!

Enkele voorbeelden uit de praktijk:

Lynx Towelboy (Axe in de UK): http://www.lynxboost.com/ Aan alles werd gedacht om een virale hit van te maken zoals een weblog met video's (uiteraard voorzien van script zodat je de video's ook op je eigen blog kunt plaatsen), een online spel, een manwash-locator en ander stuff (zoals backgrounds en emoticons). De bedenkers zijn ook Google Video en YouTube niet vergeten. Voor Katrina, Dizzy, Mia en Sophia, de vriendinnen van towelboy, zijn zelfs MySpace-accounts aangemaakt. Als klap op de vuurpijl kun je ook je eigen 'manwash-video' insturen waarmee je kans maakt op een prive onderonsje met de vriendinnen van towelboy.

Dove: effectiever op YouTube dan bij Superbowl
Daar de reclamefilm Dove Evolution wel 15 keer op YouTube is gezet, is het wat moeilijk om het aantal vertoningen te tellen, maar opgeteld kom je tot 1,7 miljoen. Dat is een geweldig succes voor de campagne van Unilever, veroorzaakt door een geweldig idee van Ogilvy & Mather om je af te zetten tegen het morbide najagen van schoonheidsidealen. Maar nu blijkt deze 'campaign for Real Beauty' op internet een stuk effectiever dan op televisie. Er is een enorme toeloop op gang gekomen naar CampaignForRealBeauty.com, veel meer door YouTube en de nawerking daarvan in onder meer kletsshows op televisie dan door het vertonen van de spot tijdens het kijkcijfertoppunt in de VS: de Superbowl. De laatste gaf 90 miljoen impressies, de rest eromheen 400 miljoen impressies. Maar het is nog niet afgelopen. Unilever heeft als doel om een miljoen meiden te gaan helpen met hun uiterlijk via het Dove Self-Esteem Fund"om het zelfvertrouwen van meiden en vrouwen te helpen vergroten. Intelligent gedaan, door gewoon eens te kijken wat er werkelijk leeft aan 'schoonheidsidealen'.
Kijk ook eens hoe een consument hierop reageert: www.campaignagainstreallife.com

Coca-Cola & Mentos: leuke case en bovendien dé internet zomerhit van 2006: Fritz Grobe en Stephen Voltz filmden hoe ze Mentos-snoepjes chemisch laten reageren met Cola Light en hoe ze de spuitende flessen een heus kunststukje uit laten voeren. Zonder reclamebestedingen en promotie van noch Mentos, noch Coca-Cola ontpopt het 5 minuten durende filmpje zich tot een zomerhit op internet. Geen van beide bedrijven was betrokken bij de totstandkoming van de videoclip. Het gaat om een particulier initiatief. Het mengen van cola en zoete snoepjes om flessen te laten spuiten, is met name in Amerika al jaren een bekende bezigheid. Maar naarmate digitale videocamera's goedkoper worden en er videodeelsites als Revver, YouTube en Google Video verschijnen, wordt ook het mondiaal publiceren van video's goedkoop. Coca-Cola reageerde saaiweg door een belerend persbericht uit te sturen met de boodschap dat kliederen met voeding eigenlijk ongepast is. Mentos juichte de producenten van de filmpjes toe en stimuleerde de consument om filmpjes met het experiment in te sturen voor een wedstrijd. Op Google Video staan 159 andere filmpjes met Cola- en Mentos-geklieder, op YouTube staan 290 amateurfilmpjes. De initiators zie je aan het werk op: http://www.eepybird.com

Sony heeft heel wat fans teleurgesteld met de lancering van de dure Playstation 3. Dit inspireerde een consument tot het schrijven van een 'ode aan Sony' gebaseerd op The Frey. 'How you killed your brand' werd een hit op Youtube.