maandag 5 mei 2008

2.0, 3.0, zelfs 4.0: merken blijven belangrijk

Er zijn allicht vele manieren om de evoluties op het internet te omschrijven. Een leuke was er onlangs op een Microsoft-seminar:


  • Web 1.0 is self-entertainment

  • 2.0 is self-publishing

  • 3.0 is self-creation

  • 4.0 is self-update

Daar zit heel wat in. In het web zoals we het tot nu gekend hebben, gaat de gebruiker zelf exploreren en ontdekken. Hij zoekt en vindt. En of het nu voor consumenteninteresses of voor zakelijke doeleinden is, dat maakt in het model niet veel uit.


In web 2.0, waar we nu al volop in zitten, leren we dat we zelf ook kunnen uitgeven en aanbieden, dat is de user generated content. In de 3.0-fase gaan we ons de instrumenten aanschaffen om zelf te creëren, zowel hardware en software, als gewoon creativiteit, soms 'creatief' omspringen met wat er op het net te rapen valt. In de 4.0-fase gaan we dat ook nog allemaal eens actief onderhouden en bijwerken, inbegrepen ons profiel en persoonlijke gegevens.


In al die evoluties lijkt de internetgebruiker centraler en centraler te komen staan. En dat is ook zo. Aan de interactiviteit is nog geen einde gekomen. En daaruit lijkt het wel dat de internetgebruiker de macht over het internet van de bedrijven overneemt. En dat is ook zo, voor een deel. Heel wat nieuwe diensten hebben de business modellen van een flink aantal sectoren overhoop gegooid. En de commercie - of de grote merken - moeten zich aanpassen. Soms doen ze dat ook met succes, niet alle nieuwe internetdiensten zijn een langer leven dan een modegril beschoren.


Maar er is nog een heel belangrijke reden waarom de sterke merken (dat kunnen ook kleine of jonge merken zijn) zullen blijven overleven in een door gebruikers gedomineerd internet. We hebben allemaal de neiging om bepaalde plekken en bronnen op het internet te onthouden. Als een plek of bron ons een goede dienst levert, gaan we daar terug. Niet alleen omdat het er goedkoop is of omdat de informatie betrouwbaar en volledig is, maar ook omdat we van die bron de selectie appreciëren. In de overload of information gaan we terug naar daar waar precies die selectie wordt gefilterd, die wij graag hebben.


In 2.0 en verder geldt dat ook. Daar gaan we nog meer behoefte hebben aan selectie, of aan oriëntatie, met instrumenten waardoor we zelf beter kunnen vinden en benutten. Daarvoor gaan we naar de merken die wij sterk vinden. De behoefte aan middelen om de weg te vinden, aan het lijstje van die bronnen en sites die wij belangrijk vinden, aan een gids die de richtingen filtert waarin we verder kunnen, aan leiding bij alles wat we self doen, die behoefte gaat blijven. En daarvoor gaan sterke merken belangrijk blijven.


Af en toe hebben we zin om verloren te lopen op het net, en met enige serendipity ontdekken we dan waar we niet naar op zoek waren. Maar het overgrote deel van onze acties op het net, zeker in een zakelijke omgeving, zijn gericht. En daar willen we hulp bij van merken die wij vertrouwen.

zondag 20 april 2008

Belg buzzt meer dan Nederlander

Waar spreken consumenten over merken? Over welke merken hebben ze het dan? En welk percentage geeft virale video's of reclamefilmpjes over merken door?

Het Gentse marktonderzoeksbureau InSites onderzocht het fenomeen buzz activation in de studie 'A New Approach to Measuring Buzz'. Via het internet werden daarover bijna 3.500 mensen ondervraagd in zes Europese landen.

Het blijkt daaruit dat consumenten vooral thuis, met andere huisgenoten, over merken praten. Zowat 59% van de ondervraagden gaf dat antwoord. Na thuis is ook het internet (53%) een zeer populaire plaats om het over merken te hebben. Daarna volgen de werkplaats (52%), de supermarkt (42%), op café en restaurant (respectievelijk 37% en 34%) en het openbaar vervoer (24%). Op school praat nog 22% over merken.

Het internet blijkt dus een uiterst geliefde plaats te zijn om een boompje over merken op te zetten. Internetcommunicatie is dus niet zomaar een hype onder marketeers, zegt InSites. Zowat vier op de tien respondenten bekijkt minstens één keer per maand een filmpje over een merk op het web.

Consumenten verzamelen verder graag informatie over merken via online fora (38%), bedrijfswebsites (36%), blogs (32%) en in chatsessies (30%). Eén op vijf stuurt ook zelf commentaar over merken via email en één op tien zet online filmpjes over merken op sites als YouTube. Acht procent geeft aan dat ze maandelijks zelf een eigen filmpje maken.

Welke grote merken gaan er dan precies over de tongen? De grote kleppers als Coca-Cola, Dove, Sony, BMW en Nike worden in alle landen genoemd. Per land zijn er daarnaast sterke lokale merken die mensen doen praten. In België waren dat ondermeer Proximus, Telenet en Het Nieuwsblad. Nederlanders hebben het graag over Amstel bier, de krant De Telegraaf en De Postbank. Belgen spreken offline meer over auto's dan Nederlanders, onze noorderburen maken dan weer meer buzz over muziek.

Volgens de studie van InSites scoort Nederland over het algemeen echter lager op het verspreiden van buzz dan België. De grootste buzzers blijken de Spanjaarden te zijn. Zij gaan, meer dan in andere landen, informatie over merken doorgeven, zowel offline als online. Ze praten daarbij vooral over non-alcolische dranken, voeding, auto's, financiële diensten en muziek.

woensdag 16 april 2008

11 geboden voor een succesvolle virale marketingcampagne

uit Digimedia

1. U zal durven innoveren…
Innoveren is zonder twijfel het werkwoord waar het merendeel van de ondernemingsraden en directies het meest bang voor zijn. Helaas bent u dood als u niet innoveert.Virale marketing is een formidabel laboratorium waarmee u ontzettend veel combinaties kunt uitproberen en het is noodzakelijk om onontgonnen terrein te durven verkennen.

2. … maar u zal ook niet aarzelen om op zoek te gaan naar inspiratie!
Het is niettemin belangrijk om niet volledig komaf te maken met het verleden. Verschillende acties (of onderdelen van een actie) vragen een bijzondere aandacht. Het is niet omdat een bepaald type actie is gerealiseerd dat we niet, op deze basis, iets sterker kunnen bouwen door de sterke punten te benadrukken en het geheel van de negatieve punten te vervangen door een bijzonder creatieve input.

3. U zal een solo op Youtube & co vergeten
Vergeet het maar helemaal: het idee om een video te maken, die op Youtube en/of Dailymotion te plaatsen en onmiddellijk rijk en beroemd te worden. Meer dan 95.000 nieuwe video’s worden iedere dag toegevoegd op Youtube en Dailymotion krijgt er meer dan 15.000.Zonder strategie en bijbehorend communicatieplan doet u gegarandeerd meer aan poker dan aan marketing.

4. U zal zich met echte professionals omringen
Als u dit type acties op poten wil krijgen, is professionalisme een sine qua non. Virale mechanieken hebben nood aan goed geoliede wielen en dit geldt voor diverse domeinen (techniek, branding, legaal,…). Dit punt doet me denken aan een grote Franse mediagroep die een buzz had gelanceerd over een enigmatische url, die echter hun identiteit vrijgaf via een eenvoudige WHOIS-zoekactie: negatieve buzz gegarandeerd!

5. U zal uw budget onthullen
Het blijft moeilijk om een klant uw budget te verklappen, omdat hij zal denken dat het bureau zijn prestaties zal overfactureren om het budget te halen. Toch is het tijdens de brainstormfase noodzakelijk om de budgettaire envelop te kennen die aan een actie is toegewezen, om de creatieve uitspattingen te kunnen plaatsen. Het is immers mogelijk om een virale marketingcampagne te realiseren voor een budget dat kan gaan van 4.000 EUR tot verschillende miljoenen EUR…

6. U zal steeds aan ROI denken…
De ROI (return on investment) is een gegeven dat u vandaag de dag niet meer kan negeren. Het bureau moet bij de creatie van een campagne absoluut rekening houden met de ‘commerciële’ belangen van het merk: het gaat er niet om de ego’s van te uitbundige creatievelingen tevreden te stellen.

7. … maar u zal PR/Branding niet vergeten
ROI is essentieel. Maar het is toch ook belangrijk om rekening te houden met de mogelijke terugslag. Visibiliteit creëren via een ‘gedurfde’ en bijzonder creatieve actie met perscover? Dit kan het merk verschillende honderdduizenden euro’s kosten, als deze ruimte aangekocht moet worden.

8. Clichés zal u verbannen
De wereld staat niet stil en het is van levensbelang om niet in clichés te blijven hangen. Ik herinner me bijvoorbeeld een bedrijf dat me vertelde dat het bang was voor de ‘graad van inmenging’ van een actie die we hadden voorgesteld en waarbij verschillende internauten ‘in de val konden lopen’. Dit soort mechanisme kan op het eerste gezicht als inmenging worden beschouwd; maar hier bood het merk ‘eenvoudigweg’ een origineel communicatiemiddel tussen 2 personen die een gemeenschappelijke geschiedenis/relatie hadden. Door het privékarakter van deze relatie is er geen sprake van inmenging.

9. U zal uw projecten duidelijk afbakenen
Begin niet aan een viraal marketingproject zonder eerst de verschillende aspecten zorgvuldig af te bakenen. Sommige parameters kunnen grote gevolgen hebben op het volledige proces. Als u in het begin van een project schaduwzones laat, leidt dit tot onvermijdelijke financiële en tijdelijke consequenties.

10. E-mails zal u verzamelen (als u weet waarom)
Het verzamelen van e-mailadressen is een opportuniteit die u tijdens een virale marketingcampagne moet aangrijpen. Maar u dient wel op voorhand te weten waarom u deze adressen zult gebruiken om uw database van in het begin correct te ‘segmenteren’; ook moet u ‘eerlijk’ zijn met de personen die zich voor uw programma inschrijven. Ik ben soms verbaasd dat bedrijven e-mailadressen willen ‘verzamelen’ maar geen enkel idee hebben van hoe ze deze in de toekomst zullen gebruiken (dat is wat ik noem meehuilen met de wolven in het bos).

11. Deadlines zal u respecteren
Het is niet omdat een project ‘online’ is, dat het strategisch minder belangrijk is en dat de teams die eraan werken plotseling over bovenmenselijke capaciteiten beschikken en de noodzakelijke denk- en productietijden door vieren kunnen delen. Uw online strategie is vandaag bijna net zo belangrijk als uw offline marketingplan. U zal deze ‘online’ reflectie dus van bij het begin moeten inschakelen om ze diepgaand te integreren in uw volledig marketingproces.

Over digital prosumers, engagement en branded web 3.0

door Natacha Ciezkowski, Digital creative & Ogilvy consultant

Bijna dertig jaar nadat futurologist Alvin Toffler de term ‘prosumer’ lanceerde, komt die pas volop tot zijn recht. De grens tussen producent en consument was nog nooit zo vaag. Web 2.0. is met zijn sociale netwerken, wiki’s, blogs, folksonomies en andere user-generated content de kern van onze digitale persoonlijkheid. Creativiteit, participatie, samenwerking en uitwisseling zijn daarbij de sleutelwoorden. Hoe zou Web 3.0. er uitzien? Wat brengt onze digitale toekomst en wat is de rol van merken en marketeers daarin?

Het zijn spannende tijden. Wij digital immigrants, zoals Rupert Murdoch ons noemt, herinneren ons nog een tijd zonder computers en mobiele telefoons. We adopteerden een digitaal leven aan ware turbosnelheid en passen ons continu aan onze almaar veranderende omgeving aan. De helft van Facebook- en Myspacegebruikers bijvoorbeeld zijn vandaag ouder dan 35 en de gemiddelde leeftijd van de gamer is 29. Maar het zijn de digital natives, Generation C, die het ritme van onze digitale toekomst bepalen.

Digital natives groeiden op met digitale technologie en vinden het normaal dat zij de vragen stellen en de discussie voeren. Als en wanneer zij er zin in hebben. De manier waarop ze omgaan met media is een indicatie voor het medialandschap van morgen: digital en mobile beslaan zonder twijfel het grootste deel terwijl traditionele media steeds verder fragmenteren. De snelle opmars van digitale televisie en de convergentie met het web zal dat alleen maar versterken. Er blijft maar één massamedium over: de consument. Technologie komt daarbij eigenlijk op de tweede plaats. Het is de manier waarop consumenten de technologie naar hun hand zetten die belangrijk is. Dat is op zich niet nieuw: de consument was altijd al de heerser over de killer application. Nieuw is wel de macht die digitale sociale netwerken in een mum van tijd naar zich toegetrokken hebben.

Het gewicht van invloedrijke adviseurs in netwerken is enorm bij de keuze van een product of dienst. Meer dan tweederde van de Europeanen op het web zien online search als hun belangrijkste informatiebron. Word-of-mouth kan een merk maken of kraken. Digitaal verbonden netwerken vormen zo stilaan een tegenwicht voor de macht van grote merken en reclame. En dat zal nooit meer veranderen. Er is geen weg terug en er is maar één gouden formule voor merken: interactieve ‘engagement’ marketing. De combinatie van de rechter- en linker hersenhelft dus, met enerzijds merkcreativiteit die betrokkenheid creëert en anderzijds de continue zoektocht naar nieuwe digitale marketingtechnieken. Het zal de enige manier zijn om als merk een stem te hebben in de Web 3.0. van morgen.

Zorgen voor betrokkenheid van de consument gaat veel verder dan een send-to-friend button of een amusante virale video op You Tube. Vandaag is al de eerste stap gezet in de Web 3.0. van morgen: de consument zal spreken en de adverteerder zal luisteren. En zijn strategisch denken dus moeten aanpassen. Hij zal eraan moeten wennen om de push-strategie van traditionele massamedia te laten varen. Om braafjes toestemming te vragen voor een dialoog met de consument en diens entourage. Hij zal op zoek moeten gaan naar evangelisten in sociale netwerken. Alpha users die cruciaal zullen zijn in het falen of slagen van zijn product of dienst. De consument blijven boeien door betrokkenheid te creëren, een unieke ervaring te bieden en uit te nodigen tot participatie is dus de uitdaging. Niet eenvoudig want de hele digitale evolutie is gebaseerd op één zekerheid: alles is onzeker en onvoorspelbaar. Niet eenvoudig, maar zeker niet onmogelijk. En vooral: zoveel boeiender.
Het zijn spannende tijden…

woensdag 19 maart 2008

Online marketingsector: transparantie en regulering nodig

Alain Heureux (IAB) aan het woord:
Sinds enkele maanden zijn er hevige discussies gaande in de coulissen van het Europees Parlement over hoe we een 'oude' Richtlijn van 1996 gaan aanpassen aan de nieuwe 21ste-eeuwse uitdagingen van nieuwe media en marketingtechnieken. Gaan we de wetgever onze sector laten reguleren, of helpen we hem een handje?

Transparantie en zelfregulering: twee begrippen die het debat in vele parlementen op nationaal en op Europees vlak zouden moeten animeren om te strenge maatregelen te vermijden die een deel van onze reclame- en marketingsector schade zouden berokkenen.Wat is wel en wat is geen privaat domein? Is een cookie of een ip-adres bijhouden een mogelijke inbreuk op uw privacy? Is het tracen van uw surfgedrag en eventueel van uw mailinhoud om meer doelgerichte reclame te kunnen sturen een slecht of een goed marketing principe?

Heel delicate discussies maar belangrijk want we zijn de grondbeginselen van Targetted Marketing aan het vastleggen. Tussen one-to-one marketing en massamarketing bestaat er nu eindelijk iets dat Community Targetted Marketing noemt.

Hoe vaak hebben wetgever en consumenten verenigingen ons alert gemaakt op de irriterende factor van massamarketing? Of nog: hoe vaak werd de prijs van direct marketing via post, telefoon of vertegenwoordigers aangehaald als hindernis? Welnu, de droom van elke marketeer zijnde de juiste boodschap op het juiste moment aan de juiste persoon, komt stilaan dichterbij wanneer je de technieken van behavioral, profiled based of contextual targetting begint te hanteren, maar dit kan enkel indien bepaalde technologische elementen mogen gebruikt worden om communities (bijv. via Netlog) te kunnen identificeren.

Onwetendheid leidt vaak tot wantrouwen en dus begrijp ik best de wetgever die vele vragen heeft en weinig antwoorden. Verschillende beroepsverenigingen (waaronder IAB Europa en zijn 15 Nationale IAB’s) proberen momenteel de wetgever e-slimmer te maken en consumenten werkgroepen gerust te stellen rond deze nieuwe marketingfenomenen die zeker niet bestemd zijn om privacy te schenden.

Uiteraard moeten wij aan de sector vragen om zo transparant mogelijk te zijn en de gebruiker goed in te lichten over wat men wenst te doen met technologische elementen zoals de cookie of targetting softwares (bijv. Nugg.Ad of Wunderloop).

Sommige wetgevers zijn bereid om zachte wetten rondom onze sector te leggen met als voorwaarde dat wij ook aan zelfregulering zouden doen binnen onze nieuwe media. Samenwerking met de lokale Self-Regulatory Organisations (SRO) of nog de JEP en de Raad voor Reclame in België zijn dus van groot belang in samenwerking met hun Europees instrument zijnde Easa. Dit werk werd ook opgestart teneinde ooit bepaalde gedragscodes en andere ethische praktijken te gaan definiëren.

Belangrijk is dat wij samen met wetgever en verbruikers een realistische wetgeving zouden bepalen om de online marketing verder te kunnen laten groeien. In 2007 zou de wereldmarkt van digitale en interactieve marketing wel eens meer dan 25 miljard euro groot geweest kunnen zijn. Al dit geld wordt gebruikt om unieke content, relevante applicaties en andere maatschappelijke instrumenten tot leven te brengen en tevens een marktplaats te ontwikkelen waar de financiële drempel tot creatie en innovatie zéér laag ligt.....het zou zonde zijn om dit te verstoren.

vrijdag 14 maart 2008

Wordt Google straks ingehaald?

Geen enkel bedrijf heeft het eeuwige leven, zeker niet op het internet. Wie denkt dat Google er altijd zal zijn, vergeet de gescheidenis van de zoekmachine. Voor Google de norm was, maakte Altavista zich sterk dé ultieme zoeksite te zijn. Zo snel Altavista van het toneel verdween, kan ook Google ingehaald worden door een nieuwe, nog onbekende concurrent.

Staat er zo'n bedrijf te trappelen om de toppositie op het net over te nemen? Ja zegt Tim Berners-Lee, de man die enkele jaren terug aan de basis van het web lag. "De toekomst is aan een bedrijf dat op een succevolle manier informatie aan elkaar koppelt," zegt Berners-Lee in een interview met de Britse krant The Times.

Google vergaart vandaag gegevens, maar de echte doorbraak komt er pas van zodra we die losse stukjes info aan elkaar weten te koppelen. Wie via Resto.be een restaurant in Antwerpen boekt om 19u30 hoeft eigenlijk geen route uit te stippelen op Google Maps, een verwittiging toevoegen aan Google Calender en op de site van het Verkeerscentrum kijken of er net voor vertrek geen files staan. De verschillende sites zouden slim genoeg moeten zijn om die informatie onder elkaar uit te wisselen zodat voor de gebruiker alles op één scherm kan verschijnen. In academische termen heet zoiets 'Semantic Web', marketeers gaan iets korter door de bocht en spreken over 'Web 3.0'.

"Wie dat kan verwezenlijken, rekening houdend met veiligheid en privacy, heeft de sleutels voor een erg succevol bedrijf in handen," aldus Berners-Lee.

woensdag 23 januari 2008

e-mailcampagnes en spam

Gemiddeld 91,5 procent van het e-mailverkeer in 2007 was spam. Deliverability wordt dan ook een steeds belangrijkere factor voor het succes van e-mailcampagnes. Internet Service Providers (ISP’s) doen er immers alles aan om hun klanten te beschermen tegen berichten over viagra, afslankpillen en loterijen. Helaas blokkeren deze ISP-filters steeds vaker ook e-mails van verzenders die werken met opt-in of dubbel opt-in.
Hoe werken deze ISP-filters? En wat kun je doen om ervoor te zorgen dat je e-mails wél aankomen? Een aantal tips en tricks.

Welke filtertechnieken gebruiken ISP’s?
ISP’s hebben complete infrastructuren gebouwd om hun klanten te beschermen tegen spam. Om e-mail en spam te scheiden gebruiken de ISP’s verschillende filtertechnieken. Elke techniek beoordeelt een inkomende e-mail op specifieke onderdelen en geeft aan in welke mate een e-mail op spam lijkt. De precieze invulling van een ISP-filter verschilt per provider, maar in het algemeen kijken de filters naar blocklists, list hygiëne, de techniek en de reputatie van de mailserver en de herkomst en content van de e-mail.
Wat is een blocklist?
Een blocklist is een lijst van IP-adressen en domeinnamen van vermoedelijke spammers. Een ISP kan twee soorten blocklists hanteren:
• Interne blocklist: dit is een lijst met geblokkeerde verzenders die de ISP zelf beheert.
• Publieke blocklist: dit zijn publieke lijsten die door organisaties buiten de ISP worden bijgehouden. Bekende blocklists zijn: Scamcop, Spamhaus, SuRBL en Outblaze.
Hoe kun je erachter komen of je op zo’n lijst staat? Door je aan te melden voor feedback loops van ISP’s. Helaas hebben nog niet alle ISP’s zo’n dienst. Als je e-mailcampagnes verstuurt via een professionele E-mailmarketing Service Provider (ESP) dan hebben zij hoogstwaarschijnlijk een service waarmee ze de grootste blocklists realtime bewaken.

Wat betekent List Hygiëne?
De volgende controlestap van een ISP is het meten van het aantal bounces dat van een mailserver afkomt. Spammers werken immers met grote en vervuilde adressenbestanden. Wanneer er in verhouding veel ongeldige e-mailadressen worden gebruikt, krijgt de verzending een hoge spamscore. Voorkom dus dat je e-mailings te veel bounces veroorzaken door met een goed adressenbestand te werken dat zo min mogelijk foute adressen bevat. Controleer de hard en soft bounces na iedere verzending.

Hoe beoordeelt een ISP de techniek van de verzending?
ISP’s filteren e-mails ook op basis van de manier waarop de verzendende mailserver ‘praat’ met de ontvangende mailserver bij de ISP. Een e-mail wordt direct geblokkeerd als er grote technische verzendproblemen zijn. Dus ook de techniek voor de verzending van je mails moet op orde zijn. De meest voorkomende fouten in de verzending van e-mails zijn:
• Reverse-DNS werkt niet: hiermee kun je via het IP-adres de domeinnaam opzoeken.
• Meerdere berichten per connectie: sommige softwareoplossingen stoppen zoveel mogelijk berichten in één connectie. Spammers maken gebruik van deze techniek om zoveel mogelijk adressen binnen te krijgen op de mailserver van de ISP voordat ze geblokkeerd worden.
• Reply adres en return path bestaan niet: spammers gebruiken vaak een vals reply adres en/of return path (e-mailadres waarnaar de bounces worden gestuurd). Een ISP controleert altijd of beide adressen bestaan.
• Mailserver accepteert geen bounces: als je mailserver geen bounces accepteert, komen deze weer terug bij de ISP. Dit kan een aanleiding zijn om je mailserver te blokkeren.

Hoe beoordeelt een ISP de reputatie van een mailserver?
ISP’s kijken ook naar het verzendgedrag van mailservers en houden dit bij. Op basis van deze geschiedenis krijgt een mailserver een reputatie. Wanneer er in het verleden via een mailserver veel bounces zijn veroorzaakt of veel spamklachten zijn binnengekomen, dan schaadt dit de reputatie van de mailserver.

Hoe beoordeelt een ISP de herkomst van een e-mail?
Een van de belangrijkste problemen van e-mail is de vraag door wie de e-mail écht is verstuurd. Veel spammers vervalsen immers de herkomst van hun e-mails. E-mailauthenticatie stelt ISP’s in staat om redelijk zeker te zijn dat de e-mail van afzenderadres bedrijfx.nl ook echt afkomstig is van bedrijfx.nl. Dat maakt de werking van white- en blacklists weer krachtiger. Er zijn drie technieken die ISP’s gebruiken: Sender Policy Framework, Sender ID en Domain Keys Identified Mail.

Op welke onderdelen filtert een ISP de content van je e-mail?
Algemeen bekend is dat veel anti-spamfilters letten op woorden die veel gebruikt worden door spammers zoals gratis, free en het euroteken. Maar ook een uitroepteken in de onderwerpregel levert een hoge spamscore op. Net als het gebruik van javascript of VBscript en verkeerde HTML-code.

Wat kun je zelf doen om ervoor te zorgen dat je e-mailing aankomt?
• Het ligt natuurlijk voor de hand, maar werk volgens een opt-in bestand.
• Verwerk de bounces na iedere verzending. Verwijder de hard bounces uit je bestand. De soft bounces kun je best nog een paar keer proberen. Maar niet te vaak.
• Zorg ervoor dat de reverse DNS lookup in orde is.
• Je reply adres en return path moeten ook daadwerkelijk bestaan.
• Voorkom spamklachten. Verwijder adressen waarvan je klachten hebt ontvangen direct.

Dit artikel is gebaseerd op het white paper ‘21 Tips om de aflevering van uw e-mail campagnes te verbeteren’ van e-mailmarketing service provider Blinker.