YouTube start met reclame in een vorm waarover de gebruikers min of meer controle hebben. Eigenaar Google zet de reclamewereld weer voor uitdagingen.
Terwijl de internetgebruiker zijn YouTube-filmpje bekijkt, zal er na vijftien onderaan het scherm een overlay opduiken met een reclameboodschap. De gebruiker kan die wegklikken of negeren en dan verdwijnt de boodschap na tien seconden. De kijker kan ook klikken, en dan begint er een videoadvertentie te lopen. Als die afgelopen is, herneemt het filmpje waar het onderbroken is.
Google hoopt zo een formule gevonden te hebben waardoor de gebruiker het minst wordt geïrriteerd. De controle over de gebeurtenissen blijft immers bij de gebruiker liggen, zo is de redenering.Bij de lancering zullen de zowat duizend partners die nu een videokanaal hebben geopend aan de beurt komen. Zij mogen reclame maken voor hun diensten. Bedoeling is ook dat adverteerders hun advertentie kunnen boeken volgens datum, land of regio en profiel van de gebruiker. Adverteerders zullen 20 dollar per 1000 kliks betalen.
Deze start zal hoedanook een enorme expansie betekenen voor de videoadvertentiemarkt. e-Marketer schatte onlangs de groei van deze markt van 775 miljoen dollar in 2006 tot 4,3 miljard dollar in 2011. Met de 51 miljoen geregistreerde gebruikers van YouTube is een sterke groei van die sector zo al gegarandeerd.
donderdag 23 augustus 2007
donderdag 16 augustus 2007
Reclame via internet groeit explosief
Het internet wint razendsnel aan populariteit bij de Belgische adverteerders. In de eerste zes maanden van dit jaar gaven de gezamenlijke adverteerders 41,1 miljoen euro uit aan reclame op het internet. Dat is 131 procent meer dan in dezelfde periode vorig jaar.
Als dat groeitempo aanhoudt, overklast het internet volgend jaar de huis-aan-huisreclame. Absoluut blijven de reclame-uitgaven op het internet echter nog beperkt. Slechts 2,7 procent van de 1,5 miljard euro die in de eerste zes maanden van dit jaar in ons land aan reclame werd uitgegeven, gaat naar het internet.
De Amerikaanse fabrikant van consumentengoederen Procter & Gamble was met 37,6 miljoen euro de grootste individuele adverteerder.
Als dat groeitempo aanhoudt, overklast het internet volgend jaar de huis-aan-huisreclame. Absoluut blijven de reclame-uitgaven op het internet echter nog beperkt. Slechts 2,7 procent van de 1,5 miljard euro die in de eerste zes maanden van dit jaar in ons land aan reclame werd uitgegeven, gaat naar het internet.
De Amerikaanse fabrikant van consumentengoederen Procter & Gamble was met 37,6 miljoen euro de grootste individuele adverteerder.
Online pre-shoppers kopen meer offline
Eind juli kondigde het Amerikaanse comScore de resultaten aan van een gezamenlijk onderzoek met Yahoo naar de impact van online reclame op de in-store verkoop bij vijf grote Amerikaanse retailers.
Uit dat onderzoek blijkt dat de blootstelling aan online reclame het online ‘pre-shoppen’, als voorbereiding op een offline aankoop, verhoogt.
Die zogeheten online ‘pre-shoppers’, mensen die hun aankoop dus online voorbereiden, spendeerden gemiddeld 41 % meer bij de geanalyseerde retailers in vergelijking met consumenten die niet aan online reclame waren blootgesteld.
Yahoo verwijst naar andere onderzoeken die aantonen dat 89 % van de consumenten online informatie zoekt over producten maar dat minder van 7 % van de retailverkopen online gebeurt.
Of met andere woorden: wie de offline verkoop wil verhogen heeft een online reclame-opportuniteit om kopers naar zijn winkels te lokken.
Uit dat onderzoek blijkt dat de blootstelling aan online reclame het online ‘pre-shoppen’, als voorbereiding op een offline aankoop, verhoogt.
Die zogeheten online ‘pre-shoppers’, mensen die hun aankoop dus online voorbereiden, spendeerden gemiddeld 41 % meer bij de geanalyseerde retailers in vergelijking met consumenten die niet aan online reclame waren blootgesteld.
Yahoo verwijst naar andere onderzoeken die aantonen dat 89 % van de consumenten online informatie zoekt over producten maar dat minder van 7 % van de retailverkopen online gebeurt.
Of met andere woorden: wie de offline verkoop wil verhogen heeft een online reclame-opportuniteit om kopers naar zijn winkels te lokken.
donderdag 2 augustus 2007
Hoe ongrijpbare reclamemijders bereiken?
Microsoft Digital Advertising Solutions en mediabureau Starcom MediaVest Group hebben gezamenlijk een onderzoek gedaan naar hoe de ongrijpbare groep "reclamemijders" bereikt kan worden. Deze consumenten gebruiken verschillende methoden om merkenreclame te vermijden en worden daardoor vaak door adverteerders over het hoofd gezien. Dit onderzoek, gepresenteerd tijdens het Cannes International Advertising Festival, benoemt deze groep consumenten en geeft een aantal richtlijnen waarmee verkopers hen kunnen bereiken.
"We schrokken flink toen we ontdekten dat een derde van alle mensen in de leeftijdsgroep van 17-35 jaar zei geen aandacht aan reclame te schenken," aldus Kate Sirkin, directeur van de onderzoeksafdeling van Starcom. "Deze groep consumenten werd altijd gemeden vanwege hun ontoegankelijkheid. Hopelijk zal dit onderzoek ons helpen deze groep effectiever te bereiken."
Het segment van de reclamemijders bestaat uit consumenten van 17 tot 35 jaar die niet bepaald positief staan tegenover reclame-uitingen die zijn bedoeld om hen te beïnvloeden. In het onderzoek kwam naar voren dat deze groep in twee categorieën kan worden onderverdeeld: mensen die een aversie tegen merkenreclame hebben en mensen die er wisselend op reageren. De laatste groep vormt een passief marktsegment dat niet warm loopt voor reclame. Deze mensen zien liever helemaal geen reclame en zijn zeer moeilijk bereikbaar. De meer actieve groep, die bestaat uit mensen met een uitgesproken aversie tegen merkenreclame, stelt zich extremer op: zij weten precies wat ze willen.
Het onderzoek helpt vast te stellen hoe adverteerders met de groep onverschilligen in contact kunnen komen, en welke stappen genomen kunnen worden om de groep werkelijk te bereiken.
Enkele voorbeelden:
1. Kijk niet over de schouder van de consument mee. Verkopers moeten zich realiseren dat reclame de privé-sfeer van de consument binnendringt en meestal niet welkom is.
2. Houd er rekening mee dat een tegenprestatie wordt verwacht. Consumenten zullen de boodschap van een adverteerder sneller accepteren als hun investering in tijd wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld door een onderhoudend filmpje.
3. Zorg voor een welkome verrassing. Consumenten vinden het leuk om opmerkelijke, relevante of bruikbare informatie op een onverwachte plaats te vinden.
4. Niet forceren. Geef mensen met een aversie tegen reclame de ruimte om zich een merk “eigen” te maken. Ze willen het merk aan hun persoonlijke smaak aanpassen, vormen en bezitten.
5. Breng de boodschap duidelijk over. Het onderzoek liet zien dat de mensen met een aversie tegen reclame zich terdege realiseerden dat het veel moeite kost om interessante en onderhoudende reclame te maken.
"We schrokken flink toen we ontdekten dat een derde van alle mensen in de leeftijdsgroep van 17-35 jaar zei geen aandacht aan reclame te schenken," aldus Kate Sirkin, directeur van de onderzoeksafdeling van Starcom. "Deze groep consumenten werd altijd gemeden vanwege hun ontoegankelijkheid. Hopelijk zal dit onderzoek ons helpen deze groep effectiever te bereiken."
Het segment van de reclamemijders bestaat uit consumenten van 17 tot 35 jaar die niet bepaald positief staan tegenover reclame-uitingen die zijn bedoeld om hen te beïnvloeden. In het onderzoek kwam naar voren dat deze groep in twee categorieën kan worden onderverdeeld: mensen die een aversie tegen merkenreclame hebben en mensen die er wisselend op reageren. De laatste groep vormt een passief marktsegment dat niet warm loopt voor reclame. Deze mensen zien liever helemaal geen reclame en zijn zeer moeilijk bereikbaar. De meer actieve groep, die bestaat uit mensen met een uitgesproken aversie tegen merkenreclame, stelt zich extremer op: zij weten precies wat ze willen.
Het onderzoek helpt vast te stellen hoe adverteerders met de groep onverschilligen in contact kunnen komen, en welke stappen genomen kunnen worden om de groep werkelijk te bereiken.
Enkele voorbeelden:
1. Kijk niet over de schouder van de consument mee. Verkopers moeten zich realiseren dat reclame de privé-sfeer van de consument binnendringt en meestal niet welkom is.
2. Houd er rekening mee dat een tegenprestatie wordt verwacht. Consumenten zullen de boodschap van een adverteerder sneller accepteren als hun investering in tijd wordt gecompenseerd, bijvoorbeeld door een onderhoudend filmpje.
3. Zorg voor een welkome verrassing. Consumenten vinden het leuk om opmerkelijke, relevante of bruikbare informatie op een onverwachte plaats te vinden.
4. Niet forceren. Geef mensen met een aversie tegen reclame de ruimte om zich een merk “eigen” te maken. Ze willen het merk aan hun persoonlijke smaak aanpassen, vormen en bezitten.
5. Breng de boodschap duidelijk over. Het onderzoek liet zien dat de mensen met een aversie tegen reclame zich terdege realiseerden dat het veel moeite kost om interessante en onderhoudende reclame te maken.
Europese online evoluties
Forrester heeft onder de noemer ‘European Online Marketing Tops €16 Billion In 2012’ een rapport gepubliceerd waarin het zijn licht werpt op de evoluties inzake de online marketingbestedingen en –trends in Europa.
Uit het obligate cijferwerk onthouden we dat Forrester verwacht dat de bestedingen inzake online marketing (e-mail + search + display advertising) tegen 2012 zullen meer dan verdubbelen in vergelijking met 2006 (van 7,5 naar meer dan 16 miljard euro). Forrester verwacht dat tegen dan de online marketingbestedingen 18 % zullen uitmaken van de totale mediabestedingen.
Interessanter dan de cijfertjes zijn de evoluties en natuurlijk de redenen van die blijvende groei. Forrester vroeg het aan de marketeers zelf. En uit die bevraging blijkt dat marketeers eenvoudigweg beginnen te doen waar de sector al jaren op wijst: het gedrag van de consument volgen. En die vertoeft gemiddeld steeds meer online. Zo simpel is dat.
Forrester staaft die evoluties door bijvoorbeeld te stellen dat 36% van bevraagde Europese consumenten beweren dat ze minder TV kijken vanwege meer online. En door met harde data te wijzen op wat Forrester de ‘erosie’ van de verschillende soorten reclame noemt. Zo stelt Forrester dat 67 % van de online consumenten niet gelooft dat adverteerders de waarheid vertellen in reclame. Wat ons eerder doet afvragen waarom de rest dat in hemelsnaam wel doet maar we wijken weer af.
Verder lezen we dat 34 % van de online consumenten geen bezwaar tegen reclame heeft als die aan hun interessesfeer appeleert. 40% vertrouwt prijsvergelijkingssites en 36% stelt zijn vertrouwen in ‘peer’ besprekingen: de opinie van andere consumenten dus. Het is natuurlijk koren op de molen van het pleidooi voor een meer gepersonaliseerde, authentieke en participatieve aanpak met thema’s als WOM en blogs hoog in het vaandel.
Of met andere woorden: meer online doen betekent niet noodzakelijk meer budgetten naar display ads verschuiven maar ook al eens gaan kijken naar de manieren om conversaties, met excuses voor de term, aan te wakkeren met en tussen mensen van vlees en bloed (zij het dan virtueel).
Uit het obligate cijferwerk onthouden we dat Forrester verwacht dat de bestedingen inzake online marketing (e-mail + search + display advertising) tegen 2012 zullen meer dan verdubbelen in vergelijking met 2006 (van 7,5 naar meer dan 16 miljard euro). Forrester verwacht dat tegen dan de online marketingbestedingen 18 % zullen uitmaken van de totale mediabestedingen.
Interessanter dan de cijfertjes zijn de evoluties en natuurlijk de redenen van die blijvende groei. Forrester vroeg het aan de marketeers zelf. En uit die bevraging blijkt dat marketeers eenvoudigweg beginnen te doen waar de sector al jaren op wijst: het gedrag van de consument volgen. En die vertoeft gemiddeld steeds meer online. Zo simpel is dat.
Forrester staaft die evoluties door bijvoorbeeld te stellen dat 36% van bevraagde Europese consumenten beweren dat ze minder TV kijken vanwege meer online. En door met harde data te wijzen op wat Forrester de ‘erosie’ van de verschillende soorten reclame noemt. Zo stelt Forrester dat 67 % van de online consumenten niet gelooft dat adverteerders de waarheid vertellen in reclame. Wat ons eerder doet afvragen waarom de rest dat in hemelsnaam wel doet maar we wijken weer af.
Verder lezen we dat 34 % van de online consumenten geen bezwaar tegen reclame heeft als die aan hun interessesfeer appeleert. 40% vertrouwt prijsvergelijkingssites en 36% stelt zijn vertrouwen in ‘peer’ besprekingen: de opinie van andere consumenten dus. Het is natuurlijk koren op de molen van het pleidooi voor een meer gepersonaliseerde, authentieke en participatieve aanpak met thema’s als WOM en blogs hoog in het vaandel.
Of met andere woorden: meer online doen betekent niet noodzakelijk meer budgetten naar display ads verschuiven maar ook al eens gaan kijken naar de manieren om conversaties, met excuses voor de term, aan te wakkeren met en tussen mensen van vlees en bloed (zij het dan virtueel).
MySpace: minder aantrekkingskracht op jonge surfers?
Time stelt ernstige vragen bij de evolutie van MySpace in zijn jaaroverzicht van beste en slechtste sites (en online platformen). Maar er zijn ook meer gefundeerde tekenen aan de wand dat MySpace niet echt in optimale vorm is.
Zo lezen we op MarketingVox een artikel waarin op basis van cijfers van comScore wordt vastgesteld dat MySpace minder populair wordt bij een deel van zijn kerndoelgroep, de jongere surfers.
Zo zou het aantal Amerikaanse surfers, jonger dan 18, over het afgelopen jaar afgenomen zijn met om en bij 30%.
Concurrent Facebook, die vooralsnog achter MySpace bengelt maar de laatste tijd opvallend veel positieve pers krijgt, zag zijn bezoekersaantal in dat segment dan weer stijgen met een factor 2,5.
Al moeten we nuanceren: in absolute cijfers groeiden beide communities.
Zo lezen we op MarketingVox een artikel waarin op basis van cijfers van comScore wordt vastgesteld dat MySpace minder populair wordt bij een deel van zijn kerndoelgroep, de jongere surfers.
Zo zou het aantal Amerikaanse surfers, jonger dan 18, over het afgelopen jaar afgenomen zijn met om en bij 30%.
Concurrent Facebook, die vooralsnog achter MySpace bengelt maar de laatste tijd opvallend veel positieve pers krijgt, zag zijn bezoekersaantal in dat segment dan weer stijgen met een factor 2,5.
Al moeten we nuanceren: in absolute cijfers groeiden beide communities.
Mobiel internet: wachten op de echte nuttigheid
Toon Lowette - Telefoneren van waar dan ook vinden we best nuttig. Maar voor we de factuur betalen van mobiel internet, willen we dat ook nuttig vinden. Zakelijk geen probleem, maar het grote geld wacht bij het grote publiek. Ooit.
In zijn jaaroverzicht heeft mobiele operator Base ietwat pessimistische geluiden laten horen over de mobiele telefoonmarkt. Die zit nogal vol. Bijna iedereen heeft een mobiele telefoon, en het gebruik daarvan stijgt niet echt meer, wat wil zeggen dat we met zijn allen zoveel telefoneren als we nodig vinden. De drie operatoren, Proximus, Mobistar en Base (in volgorde van omzet) kunnen niet echt meer groeien inzake mobiele spraaktelefonie, en dat merken we ook aan de reclame, die er vooral op gericht is mekaar vliegen af te vangen.
Nuttig in Japan
Groei zou er wel moeten zitten in mobiel internet. Maar dat valt wat tegen. Er zijn voorlopig nog zeer weinig mensen die dat echt gebruiken. Zakelijke gebruikers vooral, mensen die voor de uitoefening van hun beroep het internet nodig hebben in de hemel en op alle plaatsen. Ondergetekende gebruikt het ook, zij het niet op de gsm, maar op de portable computer. En ondergetekende kan u bevestigen dat als het niet voor het werk was, hij de (zelfs zeer redelijke kost van) 20 euro per maand niet zou betalen. Ondergetekende heeft voor privédoeleinden immers internet genoeg.
Base weet waarover het praat. Drie, misschien al vier jaar geleden bood de operator als dochterbedrijf van KPN al iMode aan, een eerste versie van mobiel internet, waarover je nu nog weinig hoort. iMode is een geheel van informatie- en entertainmentdiensten die op de mobiele telefoon bruikbaar zijn, tegen een meerkost op de gesprekken, natuurlijk. Dat is voor Base nooit een succes geworden, net zomin als in Nederland en Duitsland waar KPN het ook lanceerde, en in Frankrijk waar Bouygues iMode uitbaatte. Alleen in Japan was iMode een gigantisch succes.
Succes en nuttigheid
En daar wringt al een schoentje. Niet automatisch is wat elders een succes is, dat hier ook. Niet automatisch is wat de netwerkingenieurs en de dienstenontwerpers aanbieden, een succes.
Er is ook zoiets als nuttigheid. De gebruiker van gelijk welke internetdienst (of welke dienst dan ook) moet overtuigd zijn van de nuttigheid voor hij hem wil en zal gebruiken. Mobiel of niet.
Mobiel telefoneren heeft een evidente nuttigheid, en daar willen we met zijn allen nog altijd veel geld voor betalen. Mobiel internet is al veel minder evident qua nuttigheid. En daar betalen we dus niet zo gauw voor.
Wat zal de trigger worden? Betere telefoontoestellen? Goede diensten? E-mailbehoefte op gelijk welke locatie? Als het antwoord eenduidig was, hoefden Base of Mobistar of Proximus zich niet zo ongerust te maken. Ik maak me niet ongerust: als ik een nuttige dienst tegenkom, herken ik hem wel, en als het dan betaalbaar is, koop ik hem. En met mij waarschijnlijk een paar miljoen anderen, waaronder u.
In zijn jaaroverzicht heeft mobiele operator Base ietwat pessimistische geluiden laten horen over de mobiele telefoonmarkt. Die zit nogal vol. Bijna iedereen heeft een mobiele telefoon, en het gebruik daarvan stijgt niet echt meer, wat wil zeggen dat we met zijn allen zoveel telefoneren als we nodig vinden. De drie operatoren, Proximus, Mobistar en Base (in volgorde van omzet) kunnen niet echt meer groeien inzake mobiele spraaktelefonie, en dat merken we ook aan de reclame, die er vooral op gericht is mekaar vliegen af te vangen.
Nuttig in Japan
Groei zou er wel moeten zitten in mobiel internet. Maar dat valt wat tegen. Er zijn voorlopig nog zeer weinig mensen die dat echt gebruiken. Zakelijke gebruikers vooral, mensen die voor de uitoefening van hun beroep het internet nodig hebben in de hemel en op alle plaatsen. Ondergetekende gebruikt het ook, zij het niet op de gsm, maar op de portable computer. En ondergetekende kan u bevestigen dat als het niet voor het werk was, hij de (zelfs zeer redelijke kost van) 20 euro per maand niet zou betalen. Ondergetekende heeft voor privédoeleinden immers internet genoeg.
Base weet waarover het praat. Drie, misschien al vier jaar geleden bood de operator als dochterbedrijf van KPN al iMode aan, een eerste versie van mobiel internet, waarover je nu nog weinig hoort. iMode is een geheel van informatie- en entertainmentdiensten die op de mobiele telefoon bruikbaar zijn, tegen een meerkost op de gesprekken, natuurlijk. Dat is voor Base nooit een succes geworden, net zomin als in Nederland en Duitsland waar KPN het ook lanceerde, en in Frankrijk waar Bouygues iMode uitbaatte. Alleen in Japan was iMode een gigantisch succes.
Succes en nuttigheid
En daar wringt al een schoentje. Niet automatisch is wat elders een succes is, dat hier ook. Niet automatisch is wat de netwerkingenieurs en de dienstenontwerpers aanbieden, een succes.
Er is ook zoiets als nuttigheid. De gebruiker van gelijk welke internetdienst (of welke dienst dan ook) moet overtuigd zijn van de nuttigheid voor hij hem wil en zal gebruiken. Mobiel of niet.
Mobiel telefoneren heeft een evidente nuttigheid, en daar willen we met zijn allen nog altijd veel geld voor betalen. Mobiel internet is al veel minder evident qua nuttigheid. En daar betalen we dus niet zo gauw voor.
Wat zal de trigger worden? Betere telefoontoestellen? Goede diensten? E-mailbehoefte op gelijk welke locatie? Als het antwoord eenduidig was, hoefden Base of Mobistar of Proximus zich niet zo ongerust te maken. Ik maak me niet ongerust: als ik een nuttige dienst tegenkom, herken ik hem wel, en als het dan betaalbaar is, koop ik hem. En met mij waarschijnlijk een paar miljoen anderen, waaronder u.
Web design is design van woorden
Gerry McGovern - Bij design van fysieke producten is het gebruik van woorden vaak gezien als een teken van zwakte van het design. Bij web design, daarentegen, is er zonder woorden geen design.
“Als een bepaald design afhankelijk is van labels [woorden], dan is het misschien fout,” schrijft Donald Norman zijn zijn book The Design of Everyday Things. “Labels zijn belangrijk en soms nodig, maar het correcte gebruik van natuurlijke aanwijzingen kan de nood eraan minimaliseren. Als er een label nodig lijkt, kijk dan uit naar een ander ontwerp.”
Een deurklink ziet er uit als iets dat je kan vastgrijpen. Een stoek lijkt op iets waarop je kan gan zitten. Een glas lijkt op iets dat je kan vasthouden.
Een deur heeft geen label nodig dat zegt: “Grijp hier vast”. Een stoel heeft geen label nodig met “Zit hier”. Een glas heeft geen label nodig “Houd hier vast”. We hoeven maar te kijken naar deze objecten om te weten wat te doen.
Hoe ziet een website eruit? Meer specifiek, hoe zou een website eruit zien als je alle woorden zou wegnemen? Of anders gezegd: hoe zou uw website werken alsje al zijn woorden zou weghalen?
Weten waarover een website gaat
Je kan een website niet aanraken, knijpen, grijpen, errond wandelen, groter (of kleiner) maken. Eigenlijk krijg je bijna geen hoogte van het gebruik van een website door ernaar te kijken. (Het is alleen maar weer een website met een ontwerp van drie kolommen, lachende gezichten en foto's van gebouwen.)
We verstaan het gebruik van een website door hem te lezen. We lezen de labels, de indeling, de knoppen, en andere stukken tekst. Zo weten we waar een website over gaat. En zo weten we wat we er zodadelijk mee kunen doen.
“Gebruiksvriendelijkheid (usability) wordt vaak niet als een criterium beschouwd tijdens het aankoopproces,” stelt Norman verder in zijn uitstekend boek. “Bovendien, tenzij je echt een aantal onderdelen in een realistische omgeving test door typische taken uit te voeren, is het onwaarschijnlijk dat je het gebruiksgemak of de moeilijkheid bemerkt. Als je er alleen maar naar kijkt, lijkt het eenvoudig genoeg en lijkt het geheel van buitengewone toevoegingen echt wel een aanwinst.”
De gebruiksvriendelijkheid van de winkel
Onlangs kocht ik een nieuw tv-toestel. De gebruiksvriendelijkheid van de tv zelf was geen probleem. Ik heb het toestel zelfs niet aangezet. De gebruiksvriendelijkheid van de winkel daarentegen was heel belangrijk. In een winkel vond ik de tv die ik wilde. En ik wachtte op iemand die mij hielp hem te kopen.
Toen die persoon bij mij was, vertelde hij mij dat het toestel niet op voorraad was, maar dat ik het kon bestellen. Hij zei me ook dat hij niet de bestelling kon opnemen, en dat ik op iemand anders moest wachten. Ik heb nog wat gewacht, en dan ben ik de winkel uitgegaan. Het toestel dat ik uiteindelijk kocht was de helft duurder maar ze lieten mij niet wachten en het was op voorraad.
Design op zijn kop
Op het web moet je de website gebruiken voor je bij het product of de dienst van de organisatie in kwestie aanbelandt. Wat je daarbij gebruikt, zijn in essentie woorden. Woorden kunnen je doen wachten of jouw zoektocht doen versnellen. Woorden kunnen je verwarren of een antwoord zijn op je vragen.
Een websitedesigner is een woordendesigner. De gebruiksvriendelijkheid van een website is de voornaamste meter van het succes.
Het web draait het traditionele design op zijn kop. Want alles wordt opgebouwd vanop woorden.
“Als een bepaald design afhankelijk is van labels [woorden], dan is het misschien fout,” schrijft Donald Norman zijn zijn book The Design of Everyday Things. “Labels zijn belangrijk en soms nodig, maar het correcte gebruik van natuurlijke aanwijzingen kan de nood eraan minimaliseren. Als er een label nodig lijkt, kijk dan uit naar een ander ontwerp.”
Een deurklink ziet er uit als iets dat je kan vastgrijpen. Een stoek lijkt op iets waarop je kan gan zitten. Een glas lijkt op iets dat je kan vasthouden.
Een deur heeft geen label nodig dat zegt: “Grijp hier vast”. Een stoel heeft geen label nodig met “Zit hier”. Een glas heeft geen label nodig “Houd hier vast”. We hoeven maar te kijken naar deze objecten om te weten wat te doen.
Hoe ziet een website eruit? Meer specifiek, hoe zou een website eruit zien als je alle woorden zou wegnemen? Of anders gezegd: hoe zou uw website werken alsje al zijn woorden zou weghalen?
Weten waarover een website gaat
Je kan een website niet aanraken, knijpen, grijpen, errond wandelen, groter (of kleiner) maken. Eigenlijk krijg je bijna geen hoogte van het gebruik van een website door ernaar te kijken. (Het is alleen maar weer een website met een ontwerp van drie kolommen, lachende gezichten en foto's van gebouwen.)
We verstaan het gebruik van een website door hem te lezen. We lezen de labels, de indeling, de knoppen, en andere stukken tekst. Zo weten we waar een website over gaat. En zo weten we wat we er zodadelijk mee kunen doen.
“Gebruiksvriendelijkheid (usability) wordt vaak niet als een criterium beschouwd tijdens het aankoopproces,” stelt Norman verder in zijn uitstekend boek. “Bovendien, tenzij je echt een aantal onderdelen in een realistische omgeving test door typische taken uit te voeren, is het onwaarschijnlijk dat je het gebruiksgemak of de moeilijkheid bemerkt. Als je er alleen maar naar kijkt, lijkt het eenvoudig genoeg en lijkt het geheel van buitengewone toevoegingen echt wel een aanwinst.”
De gebruiksvriendelijkheid van de winkel
Onlangs kocht ik een nieuw tv-toestel. De gebruiksvriendelijkheid van de tv zelf was geen probleem. Ik heb het toestel zelfs niet aangezet. De gebruiksvriendelijkheid van de winkel daarentegen was heel belangrijk. In een winkel vond ik de tv die ik wilde. En ik wachtte op iemand die mij hielp hem te kopen.
Toen die persoon bij mij was, vertelde hij mij dat het toestel niet op voorraad was, maar dat ik het kon bestellen. Hij zei me ook dat hij niet de bestelling kon opnemen, en dat ik op iemand anders moest wachten. Ik heb nog wat gewacht, en dan ben ik de winkel uitgegaan. Het toestel dat ik uiteindelijk kocht was de helft duurder maar ze lieten mij niet wachten en het was op voorraad.
Design op zijn kop
Op het web moet je de website gebruiken voor je bij het product of de dienst van de organisatie in kwestie aanbelandt. Wat je daarbij gebruikt, zijn in essentie woorden. Woorden kunnen je doen wachten of jouw zoektocht doen versnellen. Woorden kunnen je verwarren of een antwoord zijn op je vragen.
Een websitedesigner is een woordendesigner. De gebruiksvriendelijkheid van een website is de voornaamste meter van het succes.
Het web draait het traditionele design op zijn kop. Want alles wordt opgebouwd vanop woorden.
Second mode-life
Niets is gemakkelijker dan met een muisklik je kleerkast aanvullen. Alle merken of winkelketens hebben immers een eigen website. Maar dacht je dat je het pashokje kon ontlopen? Op de site van H&M kun je kleren passen in een virtuele kleedkamer. Zowel mannen als vrouwen kunnen zich naar hartelust de hele collectie aanmeten. Ook een groot deel van accessoires kun je op een model uitproberen. En dan nog wel een model dat je zelf creëert en steeds opnieuw gebruikt. Als je dat wenst kun je van je model je evenbeeld maken, of het alleszins in de buurt van jezelf laten komen: huidskleur, haarkleur, kapsel, lichaamsvorm en gezicht kun je aanpassen zoals jij dat wilt.
H&M-website.
De beste websites zijn nuttig en lelijk
Een artikel van webcontent goeroe Gerry McGovern:
Functionaliteit en nuttigheid zijn ontzettend veel belangrijker voor het succes van uw website dan hoe mooi en elegant hij er uitziet.
De eerste keer dat ik de Grand Canyon zag, was werkelijk een gedenkwaardige ervaring. De diepte, de afstand en de vage regenboog van kleuren leken in niets op wat ik al ooit gezien had. De grote Colorado River leek op een schoenveter daar ver beneden.
We reden een hele dag langs de Grand Canyon en dan verderop naar het even magnifieke landschap van Utah. Tegelijkertijd met de onwereldse schoonheid viel me evenwel de armoede op die de Canyon omringde.
Hij mag dan al betoverend mooi zijn, de Grand Canyon is geen plezierige plek om te leven. Dat is wel zeker, het zou een hard leven zijn, mocht je daar beneden in het midden van de Canyon wonen. En met de steile rotsen en ontoegankelijkheid kan je je moeilijk voorstellen hoe een stad van de omvang van New York zich daar zou kunnen ontwikkelen.
Lelijk maar goed
Wat wij het mooiste vinden zijn vaak de minst bruikbare dingen in de praktische en functionele betekenis. De Everest is mooi. Goud, juwelen en diamanten ringen zijn mooi. Zouden sommige dingen mooier worden als ze praktische bruikbaarheid verliezen?
Er bestaat geen twijfel over dat design en ontwerp de dingen soms mooi en functioneel tegelijkertijd kan maken. Maar voor andere designuitdagingen is het zo dat hoe mooier het design, hoe minder functioneel en gebruiksvriendelijk het wordt. En dit is zeker waar voor websites.
Ryanair, eBay, Amazon, Google, Craig's List, My Space en YouTube zijn lelijke websites. Ze zijn tegelijk ook onvoorstelbaar succesvolle websites. Als ik aan mijn publiek de Ryanair website toon, dan wordt er hoorbaar naar adem gehapt. Ik zie mensen terugdeinzen door de pure lelijkheid. En toch vervoerde Ryanair vorig jaar 42 miljoen passagier, en de overgrote meerderheid daarvan boekte zijn vlucht via ryanair.com.
Het grijzetekstsyndroom
Hebt u ook gemerkt dat het web grijs wordt? Er is een sterke groei van het grijzetekstsyndroom, vooral in blogs. Web design trapt voluit in de val van meer zorg voor hoe een pagina oogt dan voor hoe ze leest.
Weinigen zullen betwisten dat het moeilijker is tekst te lezen op een scherm dan op papier. De meesten zullen het ermee eens zijn dat zwarte tekst op een net-niet-witte achtergrond het makkelijkst leest. En er is iets voor te zeggen dat de lettergrootte voor webpagina's licht groter moet zijn dan voor een gedrukte pagina.
Wel, waarom gebruiken meer en meer websites vandaag de dag dan kleine lettertypes en grijze tekst? Het antwoord is eenvoudig: kleine letters en grijze tekst zien er leuker uit. Zij gaan beter op in het design van de pagina. Zij zijn eleganter en een streling voor het oog.
Opvallen om te lezen
Het probleem met grotere letters en zwarte tekst is dat ze opvallen. Ze domineren de pagina. En dat is precies wat ze beter leesbaar maakt. Zwarte tekst in grote korpsen springt uit de achtergrond. Als ik mensen naar hun directe instinctieve reactie op een website zoals Ryanair vraag, dan zeggen ze vaak meteen dat die lelijk is. Als je de meeste mensen vraagt naar hun opinie over succesvolle websites, dan zullen ze waarschijnlijk ook zeggen dat ze er niet uitzien.
Feit is dat we geen tijd spenderen aan kijken naar websites. We spenderen tijd aan websites lezen en gebruiken. Er zijn drie kenmerken die goede web design moet hebben: nuttigheid, nuttigheid en nuttigheid.
Functionaliteit en nuttigheid zijn ontzettend veel belangrijker voor het succes van uw website dan hoe mooi en elegant hij er uitziet.
De eerste keer dat ik de Grand Canyon zag, was werkelijk een gedenkwaardige ervaring. De diepte, de afstand en de vage regenboog van kleuren leken in niets op wat ik al ooit gezien had. De grote Colorado River leek op een schoenveter daar ver beneden.
We reden een hele dag langs de Grand Canyon en dan verderop naar het even magnifieke landschap van Utah. Tegelijkertijd met de onwereldse schoonheid viel me evenwel de armoede op die de Canyon omringde.
Hij mag dan al betoverend mooi zijn, de Grand Canyon is geen plezierige plek om te leven. Dat is wel zeker, het zou een hard leven zijn, mocht je daar beneden in het midden van de Canyon wonen. En met de steile rotsen en ontoegankelijkheid kan je je moeilijk voorstellen hoe een stad van de omvang van New York zich daar zou kunnen ontwikkelen.
Lelijk maar goed
Wat wij het mooiste vinden zijn vaak de minst bruikbare dingen in de praktische en functionele betekenis. De Everest is mooi. Goud, juwelen en diamanten ringen zijn mooi. Zouden sommige dingen mooier worden als ze praktische bruikbaarheid verliezen?
Er bestaat geen twijfel over dat design en ontwerp de dingen soms mooi en functioneel tegelijkertijd kan maken. Maar voor andere designuitdagingen is het zo dat hoe mooier het design, hoe minder functioneel en gebruiksvriendelijk het wordt. En dit is zeker waar voor websites.
Ryanair, eBay, Amazon, Google, Craig's List, My Space en YouTube zijn lelijke websites. Ze zijn tegelijk ook onvoorstelbaar succesvolle websites. Als ik aan mijn publiek de Ryanair website toon, dan wordt er hoorbaar naar adem gehapt. Ik zie mensen terugdeinzen door de pure lelijkheid. En toch vervoerde Ryanair vorig jaar 42 miljoen passagier, en de overgrote meerderheid daarvan boekte zijn vlucht via ryanair.com.
Het grijzetekstsyndroom
Hebt u ook gemerkt dat het web grijs wordt? Er is een sterke groei van het grijzetekstsyndroom, vooral in blogs. Web design trapt voluit in de val van meer zorg voor hoe een pagina oogt dan voor hoe ze leest.
Weinigen zullen betwisten dat het moeilijker is tekst te lezen op een scherm dan op papier. De meesten zullen het ermee eens zijn dat zwarte tekst op een net-niet-witte achtergrond het makkelijkst leest. En er is iets voor te zeggen dat de lettergrootte voor webpagina's licht groter moet zijn dan voor een gedrukte pagina.
Wel, waarom gebruiken meer en meer websites vandaag de dag dan kleine lettertypes en grijze tekst? Het antwoord is eenvoudig: kleine letters en grijze tekst zien er leuker uit. Zij gaan beter op in het design van de pagina. Zij zijn eleganter en een streling voor het oog.
Opvallen om te lezen
Het probleem met grotere letters en zwarte tekst is dat ze opvallen. Ze domineren de pagina. En dat is precies wat ze beter leesbaar maakt. Zwarte tekst in grote korpsen springt uit de achtergrond. Als ik mensen naar hun directe instinctieve reactie op een website zoals Ryanair vraag, dan zeggen ze vaak meteen dat die lelijk is. Als je de meeste mensen vraagt naar hun opinie over succesvolle websites, dan zullen ze waarschijnlijk ook zeggen dat ze er niet uitzien.
Feit is dat we geen tijd spenderen aan kijken naar websites. We spenderen tijd aan websites lezen en gebruiken. Er zijn drie kenmerken die goede web design moet hebben: nuttigheid, nuttigheid en nuttigheid.
Abonneren op:
Posts (Atom)